header background image
 


De menswetenschap terug op haar voeten gezet, of DE MENS ALS SOCIAAL WEZEN. Generaties lang heeft het (neo)liberalisme geprobeerd de mensheid te doen geloven dat de mens in essentie een zelfzuchtige, concurrerende “homo economicus” is. Zo intens dat er velen het zijn gaan geloven, dus dat dat mensbeeld overheersend geworden is, en dat het geloof in dat mensbeeld een dogma werd: alsof dat mensbeeld nu eenmaal de bewezen werkelijkheid is… Maar de laatste decennia zijn meer en meer wetenschappers met ontdekkingen gekomen die tot tegenovergestelde conclusies leiden: mensen hebben een aangeboren neiging tot empathie, tot altruïsme en tot samenwerking. De wetenschap duwt het mensbeeld in de sociale richting. De verdienste van het nieuwe boek “De super samenwerker” door Johan Hoebeke en Dirk Van Duppen, uitgeverij EPO, 344 blz., € 20, is precies dat het in een samenhangend geheel een overzicht geeft van die nieuwe wetenschappelijke bevindingen van de laatste decennia. Het gaat om een gepensioneerde Belgische prof, Johan Hoebeke, doctor in de biochemie, gewezen onderzoeksleider van het Franse Centre National de Recherche Scientifique en een ook al bijna pensioengerechtigde Antwerpse dokter, Dirk Van Duppen (60) al bekend omwille van zijn opzoekingen en publicaties over de veel te dure medicamenten.

En het alternatief erop, het kiwi-model, het Nieuw-Zeelands model voor regulering van de prijzen van medicamenten. Het “geloof” in dat liberaal mensbeeld – en we moeten hier wel van een “geloof” spreken - drukte zich uit in tal van zogenaamde zekere waarheden zoals daar zijn: “het ultieme streven en de zin van het bestaan van elk van de zeven miljard mensen, en van de miljarden soortgenoten die er vroeger waren is: zijn eigen situatie te verbeteren. Van zichzelf en van zijn afstammelingen.” “Heeft Darwin dat uitgangspunt niet bewezen in zijn boeken waarin sprake van “de strijd voor het overleven” en het “overleven van de sterkste” – of is het “de meest aangepaste”?-” Of nog sterker: “de ene mens is een wolf voor de andere”. En om de belangrijkheid van dat standpunt te onderlijnen: “zo is nu eenmaal de menselijke natuur, elk voor zichzelf”. De moraal die op die basis uitgewerkt werd is dan ook logisch een individuele moraal, zowel de officiële katholieke moraal als een groot deel van de lekenmoraal. Dat liberaal mensbeeld sloot naadloos aan bij de ontwikkeling van de handel en de nieuwe industrie in de tijd van voor de Franse Revolutie, het kapitalisme genaamd. Daarom ook is het normaal dat de Algemene Verklaring van de Rechten van de Mens (1789) aan die individuele moraal beantwoordt. Alle democratische kranten en woordvoerders schreeuwden in die tijd moord en brand: door vrijheid van bezit in de basistekst te schrijven terwijl miljoenen Fransen niets bezaten installeert men een nieuwe ongelijkheid: de geldaristocratie neemt de plaats in van de landaristocratie. En daarom tenslotte is het ook normaal dat het pro-kapitalistisch rechts van gewoon rechts, over extreem rechts (het NVA en andere neoliberalen) tot fascistisch extreem-rechts de volle nadruk legt op de individuele verantwoordelijkheid van het individu, ieder individu moet de hem geboden kansen grijpen... zo het niet een mislukkeling wil zijn.

Wie daartegenover met een sociale visie afkwam werd de mond gesnoerd: dat is onwetenschappelijke propaganda, daar doen wij niet aan mee. Wij steunen ons op de wetenschap, nietwaar. Het neoliberalisme, dat is pas wetenschap. Niemand zag of onderkende dat precies dat elk-voor-zich-mensbeeld de echte ideologistische onwetenschappelijke visie was. Een visie zonder de minste wetenschappelijke grond.

Vooral na wereldoorlog 2 voelden velen wel aan dat dit individualistisch liberaal mensbeeld niet klopte, maar weinigen hadden een overtuigende samenhangende en wetenschappelijk gefundeerde weerlegging in hun hoofd of in hun pen.

Een sleutelmoment daarbij was dat de Algemene Verklaring van 1789 in 1948 werd aangevuld en gecorrigeerd tot de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, en op die manier werd een sociale visie centraal gesteld, en dus ook de sociale rechten. Met dank aan mensen als Jean Moulin en Stéphane Hessel. Op die manier werden de zaken op hun kop, of beter: op hun voeten gezet. Wat nu nog ontbrak was een wetenschappelijke grond voor dat nieuw sociaal mensbeeld. En die is er nu, dank zij de nieuwe en moderne wetenschappelijke bevindingen: de neurowetenschappen, de nieuwe beeldvormingstechnieken (hersenscans), de MRI (die de activiteit van de hersenen zichtbaar maakt), de antropologie en de biologie, (in het bijzonder de onderzoekers van de laatste 10 jaar, zoals Frans de Waal, een bekend Nederlands bioloog), de hormonenstudie, de kinderpsychologie, de nieuwe etnologie, de culturele antropologie, de paleontologie, de sociologie en zo meer en zo meer, . En de treinen die de laatste tien jaar op dat spoor werden gezet zijn nog maar net gestart… Het werd dus tijd de wetenschappelijke literatuur van de laatste jaren eens goed te gaan bijeenzetten… Dat is met dit boek dan ook gebeurd.

TERUG NAAR DE OORSPRONKELIJKE DARWIN.

In dat kader zijn de twee schrijvers ook Darwin gaan herlezen. Blijkt dat het neoliberalisme een complete vervalsing gepropageerd heeft van de wetenschappelijke bevindingen van Darwin zelf. En dat laatste wordt van pagina 277 tot 315 zeer duidelijk uiteengezet. Op een half paginaatje zal ik proberen de hoofdlijnen van hun betoog zo eenvoudig mogelijk te resumeren.

“Strijd voor het overleven” en “het overleven van de meest geschikte/of de meest aangepaste”, termen die meestal aan Darwin toegeschreven worden, zijn helemaal geen bedenksels van Darwin. Nee, in de eerste vijf uitgaven van zijn “Het ontstaan van de soorten” in 1859 komen die termen zelfs niet eens voor. Blijkt dat tijdgenoot Herbert Spencer die termen had bedacht. Volgens Spencer bepaalt “de strijd om het bestaan” via “het recht van de sterkste” de menselijke natuur. Hij rangschikte de mensheid volgens superieure en inferieure volkeren en rassen. Armen, werklozen en zwakkeren zijn vooral door hun genen voorbestemd om arm, werkloos en zwak te zijn, daarom is elke hulp ook nutteloos. De toenmalige liberale persorganen hadden de ideeën van Spencer opgepikt en populair gemaakt. Darwin zelf, die een wetenschappelijke geest had, en zeer strikt wetenschappelijk te werk ging nam duidelijk afstand van Spencer: “zijn fundamentele generalisaties zijn niet erg waardevol en van dien aard dat ze, denk ik, zuiver wetenschappelijk gezien geen enkele zin hebben”. Darwin verweet Spencer omgekeerd te werk te gaan: niet feiten verzamelen, en daaruit conclusies trekken, maar integendeel vertrekken vanuit a priori’s, en daaruit zijn conclusies formuleren… , ook al kloppen die niet met de werkelijkheid (pag. 282)… Darwin was fundamenteel een wetenschapper, een humanist, en een mens met veel empathie. Spencer verdedigde vlakaf dat het overbodig en zelfs schadelijk was om geld te besteden aan de basisbehoeften van het armste deel van de bevolking, in 1884 vatte hij zijn opvatting over de staat samen: de staat moet de natie beschermen tegen buitenlandse agressie ( = veroveringsoorlogen voeren), en moet in het binnenland erop waken dat de handel en de vrije markt zich kunnen ontwikkelen. Dat is meer dan genoeg. De minimale staat dus…

Met de opkomst van het kolonialisme worden de ideeën van Spencer ook opgevist door Franse, Engelse en Duitse aanhangers van het “wetenschappelijk racisme”, en tot wat dat in de twintigste eeuw in Duitsland geleid heeft is ondertussen gekend. Van 1904 tot 1908 voerde het Duitse leger de eerste genocide van de twintigste eeuw door in het huidige Namibië tegen de Herero’s en de Namaqua’s. Vanaf 1939 begon het systematisch uitroeien van gehandicapten van het “eigen volk”, meer dan 70.000 werden er neergeschoten of vergast. Het duurde tot augustus 1941, en kort erna werd de beschikbare apparatuur ingezet voor het uitschakelen van een nieuwe reeks “minderwaardigen”, de joden en de Roma-zigeuners. Tientallen jaren lang leefden die ideeën van Herbert Spencer nog voort in universiteitsbibliotheken, maar ze bleven in de schaduw van wat Darwin en anderen gedaan en geschreven hadden. Tot honderd jaar later ene Thatcher en ene Reagan aan het roer geraken. En zij herontdekken Spencer. De boeken van Spencer werden opnieuw uitgegeven, en in de USA worden dat de bijbels van de Tea-party. De ideeën van Spencer werden sociaal-Darwinisme genoemd, ofschoon Spencer met Darwin niets te maken had, en er geen cent sociaal is aan de theorieën van Spencer.

En om terug te koppelen naar de Trump-actualiteit: in het boek op pagina 294 behandelen de schrijvers hoe de ideeën van Spencer verder leven tot op vandaag in bepaalde academische middens van de Verenigde Staten. De politicoloog Charles Murray van het American Enterprise Institute (A.E.I.) bijvoorbeeld, die denkt dat de gemiddelde intelligentie van de USA zienderogen achteruit gaan door de grote geboortecijfers bij zwarten en andere Afrikanen, en door de immigratie vanuit Latijns-Amerika (Mexico). Toen dit boek geschreven werd was er van president Trump nog geen sprake, maar uit alles blijkt dat hij behoort tot dat soort rechtse blanken die heilig geloven in de racistische fabeltjes van Spencer en de AEI. Ook logisch dat het A.E.T. aan het beleid het advies geeft om alle hulp aan arme gezinnen te stoppen, en wie zal dat vandaag uitvoeren????

EEN NIEUWE WETENSCHAP KONDIGT EEN NIEUWE PERIODE IN DE GESCHIEDENIS AAN.

Hoe kronkelig de weg ook is, socialisering is de toekomst. Dit boek heeft dezelfde betekenis als de werken van de wetenschappelijke verlichters in de 18de eeuw (Diderot, Holban...) hadden voor de Franse revolutionairen. Door hun boeken en artikels stelden de verlichters de Mens en de menselijke Rede centraal. En niet langer een God. Zo schiepen ze een totaal ander beeld over de maatschappij en de rol van de mens erin. Dat nieuw mensbeeld was noodzakelijk om de Bastille te gaan bestormen en om de door God aangeduide koning gevangen te gaan nemen. Het huidig boek stelt dat dat beeld wetenschappelijk nu nog veel scherper voor de toekomstige strijd voor die andere nieuwe, sociale wereld.

Wat is de kern van hun bevindingen?

De mens is in wezen sociaal. Sedert eind 2015 begint de betekenis van dat werk door te dringen, en begint de aandacht voor de bevindingen van Hoebeke en Van Duppen te groeien. In december 2015 was er eerste kennismaking in De Morgen, toen was er nog niet één pagina gedrukt. Vandaag hebben alle commentatoren het ontdekt, te vinden op Google. Wie ervan wil proeven kan op de promotiebladzijden van EPO op de PC ook al de opinie lezen van een tiental belangrijke vrijzinnigen, die elk op zijn eigen manier de nadruk leggen op het aspect dat hen het meest trof. – dat Darwin het slachtoffer geworden is van een liberale vervalsing (Yasmine Kerbache), – dat de neurowetenschap en de sociale wetenschap de visie van het boek volledig ondersteunen (Pinxten), – dat het feit dat de mens alles heeft voor een solidair leven en voor samenwerking een gevolg is van de evolutie (Cassiman), – dat solidariteit niet enkel des mensens is, men vindt het in geheel de natuur (Jan Vrancken), zie ook de dierenproeven van de Waal. Dat de mens is geen "aparte" schepping is, maar een specifieke uitgroei van het leven... – dat de mens in essentie egoïstisch zou zijn was een machtige leugen (Jan Blommaert) Empathie, altruïsme, solidariteit, dat kan opbloeien, maar dat kan ook verdorren. Niet in alle omstandigheden bloeit het open, en hiermee zitten we op de laatste pagina van het boek. “Mensen hebben een biologische aanleg voor samenwerking en sociaal gedrag, en met die aanleg groeien ze op. In een sociaal gezonde omgeving stimuleren zowel de biologische aanleg als de opvoeding altruïstische impulsen en ze temperen egoïstische impulsen om beter te kunnen samenleven in onderlinge afhankelijkheid met anderen...” (Pag. 197). Een sociaal gezonde omgeving, dat is de kern: maatschappelijke omstandigheden die het beste uit de menselijke natuur naar boven halen. En anderzijds: opgejaagd, angstig en onzeker gemaakt door bijvoorbeeld het wij-tegen-zij denken, worden bij mensen die voorwaarden voor empathie ondermijnd. Mensen worden dan nummers, de andere wordt ontmenselijkt. Onderzoek laat zien dat in die omstandigheden sommige mensen hun empathieknop uitschakelen, met alle gevolgen van dien Vandaar dat de Portugese Nobelprijswinnaar José Saramago het als volgt formuleerde: – of het basisgegeven (de mens is sociaal) gerealiseerd wordt of niet hangt volledig af van de leef- en werkvoorwaarden ... als de omstandigheden zo bepalend zijn voor de mens, laat ons dan die omstandigheden meer menselijk maken.”(pag. 326).

Auteur: Gaby Moreels - bron: tijdschrift Zoeklicht

terug naar het overzicht