header background image
 


“Ons kind wil niet werken voor school en nochtans heeft het alles wat het wilt. In mijnen tijd wasda toch wadanders zunne”. Veel onderwijzers en onderwijzeressen hebben deze zin, in al haar varianten, honderden keren gehoord tijdens contacten met ouders of pépé’s en mémé’s. In dit soort gesprekken is de link tussen de wil om te leren en het bezitten van objecten bijna altijd gelegd.  Het geluk om dingen te krijgen en bezitten zou moeten volstaan om aan kinderen goesting te geven om te leren en dus volwassen te worden?

Vanaf een kind met één vinger iets precies kan raken krijgt het een tablet met geprogrammeerde “educatieve spellekes”. Later komt de Peecee met tetternet, de McDo menu met surprisekado, de Smartphone met Wiffie, de Game console, de fiets (liefst elektrisch, ’t is beter voor het milieu), en dan natuurlijk de eerste auto (een occasie dieselke, ’t is toch maar om naar de vaantjes te rijden). Al deze objecten zijn natuurlijk na een jaar versleten en vooral uit de mode en dan moeten ze vervangen worden door nog beter en performanter. Het lijkt de hedendaagse mythe van Sisyphus. Vroeger kreeg men van ons mama een appel mee naar school; nu is het een Apple. De ouders kopen, de kinderen bezitten. Reclame zorgt voor valse behoeften bij de kinderen en het verlangde object compenseert het ouderlijk tekort aan tijd en aandacht. Dat is de logica van het consumeer-isme.

Sommige ouders doen daar niet aan mee, zij willen affectieve en opvoedende banden met hun kinderen. Vele andere kunnen het zich gewoonweg financieel niet veroorloven om alles te kopen wat het kind wenst (of zelfs echt nodig heeft). En dat is een bron van veel verdriet. Zij denken dat hun kind zal uitgesloten worden uit de samenleving, een paria zal worden (wat ook gebeurt in veel gevallen). Zij doen alles om het nodige geld te vinden: zij ontzeggen hunzelf van alles, doen leningen aan een exorbitante rente en zoveel mogelijk overuren. Wat de relatie met hun kind nog meer beperkt aangezien de ouders altijd aan het werken zijn.

Nee zeggen uit overtuiging is altijd gemakkelijker dan nee moeten zeggen uit armoede. Voor het kind is het eenvoudiger te aanvaarden dat mama of papa ‘nee’ zegen omdat het goed is voor zijn welzijn; dan dat ze ‘nee’ zeggen door gebrek aan geld. Want armoede is een onuitgesproken schande. Een mislukking volgens de modieuze theorie van ‘Eigen schuld, dikke bult’.

De grote meerderheid van de hedendaagse ouders zijn van de generatie die begonnen is met overdreven teevee kijken en spelconsole tokkelen. Zij zijn groot geworden samen met ‘gameboy en de floppydisc’. Het is dus normaal, voor die ouders, om dit opvoedingspatroon te herhalen. Men voetbalt niet meer buiten met zijn zoon maar in de salon via de Wii, men verzwikt zijn enkel niet meer op de tennisbaan maar in diezelfde salon tijdens een virtueel matchke tegen Venus Williams. Als de microwave ‘Ping’ heeft gedaan eet men voor het scherm kijkend naar ‘Thuis’ en dan is het tijd voor iedereen om naar zijn eigen scherm te staren: iPhone, iPod, iPad, iTunes, … samengevat: ‘Sieg i’. Dan is het slaaptijd, maar eerst nog enkele belangrijke ‘fakebook-messages’ naar vrienden en vriendinnen die het allemaal ‘leuk’ vinden. Opstaan, ontbijten terwijl men de smartphone checkt (je weet nooit wat je gemist hebt tijdens je slaap) en dan naar school waar men les krijgt, op een moderne manier, met een elektronisch schoolbord en een PowerPoint. Tussen twee gecomputeriseerde lessen door, als ontspanning, nog vlug een selfie maken en opsturen naar papa die zal antwoorden met ‘leuk. XXX’ vanuit L.A. waar hij werkt sinds grensarbeid geen grenzen meer kent.                                                                                                                    

Akkoord, ik ben een oude zeurpiet en ik overdrijf een beetje maar feit is dat naar allerlei schermen turen een groot deel van de dag in beslag neemt. En heerlijk, hoeveel minuten daarvan zijn echt belangrijk?

Men beleeft nog weinig fysisch samen. En zo neemt de eenzaamheid langzaam toe ondanks 1984 leuke facebook vrienden. Kinderen hebben alles maar eigenlijk hebben ze niets. De relaties worden oppervlakkig en virtueel, de wereld is niet meer concreet. Veel jongeren hebben moeite om samen te zijn, om iets te doen samen die echt zin heeft, die ze menselijk opbouwt en niet formatteert. Het leven heeft als enige doel het opstappelen van bezittingen. Voor je 35 jaar wordt moet je “rich and famous” zijn anders ben je een “looser”.

Jonge volwassenen kunnen verder doen met meer, meest en meerdere bezittingen opstapelen. Blijven staren naar schermen en zich nooit de vraag stellen: is er iets anders in het leven dan brol produceren, brol consumeren en een hoop stront achterlaten.

Sommige weigeren zo verder te doen en ‘rebelleren’. Dan zijn er twee mogelijkheden: de ‘gelukkigen’ zullen lotgenoten tegenkomen die dezelfde nood aan zingeving hebben en samen zullen ze proberen de dingen te veranderen om hun gezamenlijke situatie te doen evolueren in een positieve intelligente richting. De pechvogels zullen druggebruiker worden of zich laten manipuleren en voor de kar laten spannen van de ene of de andere maffiose, dogmatische politieke of religieuze ideologie.

Een niet onbelangrijke taak van het onderwijs is het aantal ‘gelukkigen’ maximaal vergroten door de kinderen te leren denken zodat ze inzien dat al deze ‘must-have’ objecten oppervlakkig zijn. Een cursus ‘hoe werkt propaganda en publicitaire strategie’ is misschien geen slecht idee. Onderwijs is meer dan het aanleren van vaardigheden die zullen van pas komen voor een toekomstige hypothetische job. Het kan ook een middel zijn om kinderen te laten opgroeien met een open, alerte en kritische geest. De school kan een plek van intelligentie en menselijkheid zijn.                                           

Maar ik ben hier een beetje ‘amateur onderwijsspecialist’ aan het spelen terwijl ik absoluut niet op de hoogte ben van wat er tegenwoordig gaande is op schoolgebied. Het is vooral het schoolpersoneel zelf die, in overleg, moet beslissen wat en hoe onderwezen wordt. En voor degene die denken dat shopping en digitale technologie de opvoeders en de ouders kunnen vervangen: maak zeker geen kinderen.



Auteur: Yvan Herman bron: tijdschrift Zoeklicht

terug naar het overzicht