header background image
 


De bedreigde vrijheid. Uw vrije meningsuiting in gevaar?

 


Als vrijzinnig humanist spreekt de titel van dit boek ons aan. Wij zijn immers zeer gehecht aan de vrijheid in het algemeen en de vrije meningsuiting in het bijzonder. Zoals de auteur het kernachtig uitdrukt is deze laatste de basisgarantie voor het (harmonisch) samenleven. Vrijheid van denken en vrijheid van meningsuiting, maar is die vrijheid absoluut?
Eindigt mijn persoonlijke vrijheid niet daar waar de vrijheid van de andere begint? Zo werd het ons toch voorgehouden, althans voor wat het handelen volgens een eigen mening betreft. Maar tussen uiten en handelen is er nog ruimte. Johan Op de Beeck vindt dat de vrije meningsuiting absoluut moet zijn. Elke beperking leidt tot verdere inperking van dat recht.
Debat en tegenspraak vormen een inherent deel van onze democratische samenleving. Daarbij is de vrije meningsuiting een historisch basisrecht dat volgens de auteur wordt bedreigd.
Aan dit thema wijdt hij niet minder dan twintig hoofdstukken, beginnende met de tragische dood van Socrates, die veroordeeld werd omdat hij de jeugd corrumpeerde, zogenaamd met zijn eigen inzichten.
Een sprong naar het regime van Lodewijk XIV, waarbij er geen ruimte overbleef voor meer (geloofs)overtuigingen na de intrekking van het Edict van Nantes. In onze hedendaagse maatschappij bestaat er in feite een diversiteit van godsdienstige opvattingen en levensbeschouwingen, maar toch leven de onderscheiden bevolkingsgroepen naast en (gelukkig ook) met elkaar.
Spinoza pleitte voor de “libertas philosophandi”, de vrijheid van mening en meningsuiting en ging daarbij een stap verder dan de conservatieve Verlichtingsdenker John Locke, die stelde dat “zij die niet geloven in God, niet moeten getolereerd worden”, een uitspraak die bekend in de oren klinkt wanneer we het hebben over de extremistische politieke islam.
De Franse Encylopedisten verschaften op hun beurt een alternatief voor de Bijbel en boden een werkzaam vehikel voor het vrijheidsdenken.
Later, in de Belgische grondwet werden de ideeën van de Brugse politieke filosoof, revolutionair en journalist Louis De Potter neergeschreven.
Godsdienst en moraliteit moesten een absoluut recht blijven voor het individu, zonder enige inmenging van de overheid.
Een politiek pamflet van Victor Hugo die in ons land verbleef leidde echter tot een herziening en aanpassing van het heilige principe.
Ondertussen zijn uitingen van racisme en negationisme verboden, naast het in gevaar brengen van de openbare orde en de goede zeden.
Maar wat met het beledigen van iemand? Hier zal de strafrechter een oordeel moeten vellen.
Maar wat met het zogenaamd beledigen van een god of diens profeet? Het loont echt de moeite de beschouwingen van Johan Op de Beeck hieromtrent na te lezen.
In een laatste hoofdstuk onderzoekt de auteur de standpunten van de onderscheiden politieke partijen tijdens het verkiezingsjaar 2014.
Zelden iets te lezen over een engagement voor de vrijwaring van de vrije meningsuiting, zo stelt hij vast. In de praktijk loert platvloers electoralisme bij zowel rechts als links om de hoek.
Reden te over dus om bij de volgende verkiezingen klare wijn te schenken en met concrete programmapunten voor de dag te komen en de bedreiging van de vrije meningsuiting af te wenden.
Hij citeert George Orwell in zijn “The freedom of the press” van 1945 nl. “Als vrijheid iets te betekenen heeft is het wel het recht om mensen dingen te zeggen die ze niet willen horen”.
Een goed gedocumenteerd boek, aangenaam om lezen, waarin Johan Op de Beeck het aandurft de problemen onomwonden te schetsen en ook een eigen mening te formuleren. Een boek dat klaarheid schept in de problematiek en de vrijzinnige humanist na lectuur niet achterlaat met het gevoel van “Wir haben es nicht gewüsst”.

Auteur: Johan Op de Beeck
Van Halewyck
Overamstel Uitgevers, 2017 (2e druk) 271 p.
ISBN 978 94 926 2604 2

Recensist: Marc Mortier, voorzitter UPV Westkust

terug naar het overzicht