header background image
 


KLEIN LEXICON VAN HET MANAGEMENTJARGON

Een kritiek van de nieuwe newspeak

 

Niet minder dan drie academische auteurs, allen uit de wereld van de sociologie en de cultuur, die samen een ‘klein lexicon’ publiceren. Een lexicon, zo leert ons Van Dale is o.m. ‘een (wetenschappelijk) woordenboek of encyclopedie’ of nog ‘woordenschat van een taal of van een bep. schrijver’. En hiermee komen wij wat dichter bij de ware aard van het boek. Klein staat dan eerder voor bescheiden, want de selectie van bijna 200 relevante entries was zeker geen sinecure. Managementjargon staat voor de newspeak (nieuwe woordenschat) die geruisloos in onze taal is doorgedrongen en wordt opgenomen zonder dat men zich er nog vragen bij stelt. Dekt de vlag de lading en wordt er het tegengestelde niet mee bedoeld, zo vragen de auteurs zich af bij hun kritiek. Een taal leeft en het is normaal dat de ‘woordenschat’ voortdurend en spontaan wordt verrijkt met nieuwe woorden, termen en begrippen. In hun inleiding verwijzen de auteurs echter naar het neologisme ‘newspeak’ uit de ophefmakende roman van George Orwell ‘1984’, verschenen in ..1948. Hierin wordt de taal gemanipuleerd en verandert men de betekenis van de woorden om de mensen ertoe te brengen op een bepaalde manier te denken. De neoliberale managementnewspeak bestaat uit een aantal buzzwords of zoemwoorden, modewoorden, zoals ‘manager’, die zonder verdere omschrijving een zo algemene betekenis hebben, dat ze in feite inhoudsloos zijn. Wie is vandaag geen ‘manager’? Vanuit de economie en de managementwereld zijn deze woorden geruisloos doorgedrongen tot bijvoorbeeld het onderwijs, de ziekenzorg, enz. Alles wordt herleid tot en benaderd zoals een ‘bedrijf’. De auteurs hebben zich de moeite getroost dit boek samen te stellen ten behoeve van de kritische mens, die nieuwsgierig is en wil weten wat er achter die woorden schuilt of welke lading er onder deze ogenschijnlijk onschuldige en neutrale vlag verborgen ligt.

Auteurs: Rudi Laermans, Lieven De Cauter, Karel Vanhaesebrouck
Uitgeverij EPO vzw, 2016 – 207 p.
isbn: 978 94 6267 095 2

Enkele voorbeelden ter illustratie, om de nieuwsgierigheid te prikkelen.

Een bonus is een stimulerende, vaak nogal vette toegift bij het loon, vooral aan CEO’s. Consulting is het tegendeel van wijze raad. Adviesbureaus verkopen dure gebakken lucht voor herstructureringen die vooraleer ze zijn uitgevoerd, worden vervangen of aangevuld met nieuwe herstructureringen, die ook maar half zullen worden ‘geïmplementeerd’.

Evidence-based policy: om niet de indruk te wekken dat een beleid of een organisatorische beslissing om het maken van keuzes gaat, probeert men met meer of minder selectieve feiten en statistieken de discussie te omzeilen om zo gemakkelijker een consensus te bereiken. De onderliggende filosofie staat bekend als TINA (There is no alternative). Kwaliteitszorg: pervers woord omdat het de kwaliteit van een organisatie of instelling gelijkstelt met de kwantitatieve beoordeling van haar ‘performantie’ en ‘efficientie’ in termen van behaalde ‘targets’, de hoeveelheid ‘output’ en ‘rendement’.

Loser: uit Amerika overgewaaide aanduiding voor een mislukkeling. Gebruikelijk in alle leeftijdscategorieen, maar vooral onder jongeren. De winners hebben het aan zichzelf te danken; wie verliest heeft het aan zichzelf te wijten.

Neutraliteit: de waardenvrije afzijdigheid die het managementjargon claimt, is ideologische schijn, Men mag hopen dat dit lexicon het eens te meer duidelijk maakt. Perceptie: niet de intrinsieke kwaliteiten van een organisatie of individu tellen, maar de perceptie. Daarom moet je niet in de eerste plaats kwalitatief werk leveren, wel de illusie wekken dat dat je dat doet. Je dient met andere woorden permanent de perceptie van jouw werk of product te sturen via imaging, marketing, gladde communicatie of lobbywerk.

Reorganisatie: vaak een eufemisme voor ontslag, omdat de organisatorische verandering nogal eens neerkomt op een afslanking in het kader van bezuinigingen en het streven naar meer efficientie.

Responsabilisering: sleutelwoord in het managementdiscours. Het responsabiliseren of verantwoordelijk maken van afdelingen of werknemers impliceert helemaal geen autonomie, aangezien het op een gestuurde manier gebeurt en er duidelijke krijtlijnen worden uitgezet.

Trendwatcher: postmoderne versie van het Grieks orakel. Je bent er veel geld aan kwijt en in ruil presenteren ze je en op niets gestoelde voorspelling. Window dressing: het ophouden van de schone schijn, het etaleren van een fraai imago door imaging, een rookgordijn opstellen om de aandacht af te leiden…

Zelfevaluatie: neoliberale of neokapitalistische versie van wat onder Mao zelfkritiek heette, een vrij vernederend sociaal ritueel waarbij iemand zich openlijk voor de volksvergadering moest zwart maken als klassenverrader en wat dies meer zij… Al met al een interessant boekje dat ontnuchterend werkt in een wereld van glamour en woordenkramerij.

Recensist: Marc Mortier, voorzitter UPV Westkust

terug naar het overzicht