header background image
 


Toen ik pas in dienst trad bij deMens.nu (UVV), schrok ik er eerlijk gezegd van dat een onderdeel van mijn job het schrijven van afscheidsplechtigheden was. Niet afkomstig uit een vrijzinnig milieu had ik er eigenlijk stomweg nog nooit bij stilgestaan dat er ook begrafenissen buiten de kerk plaats vonden. Gelukkig heb ik altijd graag geschreven, en na een gedegen uitleg van mijn collega Katrien, kon ik aan de slag gaan. Katrien voerde dat gesprek, ik beleefde mee en schreef mijn 1ste tekst. Achteraf kreeg ik van de nabestaanden een kaartje waarop stond: ‘Bedankt is maar een klein woordje voor een groot gevoel.’ Dit kaartje prijkt nog steeds in mijn bureau, ik denk niet dat ik het er ooit zal weghalen. Mijn schrijverscarrière in vrijzinnige afscheidsplechtigheden was van start gegaan.

Achteraf kreeg ik een kaartje waarop stond: 'Bedankt is maar een klein woordje voor een groot gevoel.'

Hier in de Westhoek ben je nog steeds een uitzondering als je kiest voor een niet-kerkelijke dienst. Niet eenvoudig, trouwens: wanneer is een afscheidsplechtigheid vrijzinnig, wanneer burgerlijk? Het is dansen op een slappe koord, en het antwoord is niet altijd even gemakkelijk te vinden. Natuurlijk, betreft het overledenen uit de georganiseerde vrijzinnigheid, dan is er niet veel twijfel. Maar wat met mensen die oprecht niet gelovig en niet kerkelijk zijn, maar die zich nooit openlijk hebben uitgesproken voor vrijzinnigheid – die misschien zelfs het woord vrijzinnigheid niet kennen? Welnu, dan ga ik af op mijn ‘gut-feeling’. Niet iedereen gaat daarmee akkoord misschien, maar tijdens het gesprek met de nabestaanden tast ik dan gewoon de levensbeschouwing af, en meer dan op titels en namen, ga ik af op invulling en inhoud. Ik neem daarbij mezelf als voorbeeld: uiteindelijk was ik ook vrijzinnig zonder dat dit woord mij ooit ter ore was gekomen – en hoe had ik er ook ooit mee kunnen kennismaken? Alleszins niet tijdens de godsdienstlessen van E.H. Verstraete tijdens mijn laatste jaar in de Roesbrugge Dames, de priester die me vroeg of ik niet beter godsdienstwetenschappen zou studeren in plaats van moraalwetenschappen. Maar enfin, ik wijk af – terug naar de vrijzinnige afscheidsplechtigheden.

Mensen komen ontredderd bij ons aan. Logisch, hun geliefde is vaak nog geen 24 uren gestorven.

Hoe pak ik deze plechtigheden aan? Enerzijds in het gesprek met de nabestaanden, anderzijds in het schrijven zelf. Laat me dit even toelichten…

Het is me opgevallen dat ook vrijzinnigen, die zelf al afscheidsplechtigheden hebben meegemaakt, soms niet zo goed weten hoe alles geregeld wordt eenmaal hun geliefde gestorven is. Ze weten dat ze best contact opnemen met het huisvandeMens, maar van het verdere verloop blijven ze in het ongewisse. En zelfs wie wel perfect weet hoe wij te werk gaan, komt vaak totaal ontredderd bij ons aan. Wat ook logisch is: wanneer de nabestaanden bij ons op gesprek komen, is hun geliefde vaak nog geen 24 uren gestorven. Mensen zijn totaal van de kaart, en de vragen waarmee ik opdraaf, overvallen hen. Dit besef ik nu veel beter dan toen ik pas van start ging als consulent. Ik begin nu dan ook steeds met een uitgebreidere uitleg over hoe ik te werk zal gaan, waarbij ik ruimte laat voor alle mogelijke vragen. Het is een kwestie van praten en van luisteren, van aftasten en ruimte bieden.

En daarna gaan we aan de slag. Ik heb de mensen ervoor verwittigd en het klopt ook effectief: ik stel een héél resem vragen. We beginnen bij de afkomst en de jeugd van de overledene – wat niet altijd even eenvoudig is, zeker niet als het bvb je tante betreft die geboren is in 1921. Daarna lopen we chronologisch de levenslijn af: studies, beroep, kennismaking partner, huwelijk, kinderen, hobby’s, positieve en negatieve karaktertrekjes, mijlpalen, anekdotes, kleinkinderen, ziekte, gevoeligheden, en zo verder.

Via praktische vraagjes komen we op dieperliggende onderwerpen terecht. Als ik hoor dat iemand leed aan een zware ziekte, kom ik ook te weten wat zijn houding daartegenover was, om maar een voorbeeldje te geven. Ik pols ook naar de levensovertuiging, en zal steeds vragen waarom er wordt gekozen voor een niet-kerkelijke plechtigheid. Zoals ik reeds zei, toets ik hiermee de vrijzinnigheid af – eerder in de praktijk dan met de theorie.

Ook praktische vragen komen aan bod: hoeveel volk verwacht je? Welke muziek wil je laten spelen? Is er iemand van de familie die zelf iets wil schrijven en/of voorlezen? Hebben jullie zelf ideeën? Dit laatste vind ik heel belangrijk. Als schrijver van een plechtigheid – of het nu om een afscheid, een geboorte of een huwelijk gaat – sta je ten dienste van de mensen voor wie je schrijft. Geleerde woorden hoeven niet bij eenvoudige mensen. Zware klassieke muziek is geen must. Schrijf je de afscheidsplechtigheid van de papa van een tienjarige, dan mag je hem zeker niet over het hoofd zien. Ook, en misschien zelfs zéker dit kind moet kunnen volgen waarover de tekst gaat.

Je ziet, bij dit gesprek dat 1 à 2 uur duurt, komt veel kijken. Niet alleen wil je als consulent de nodige informatie vergaren, je moet ook echt aanvoelen welk vlees je in de kuip hebt, zodat je de tekst perfect kunt schrijven op maat van de overledene en de nabestaanden.

Zo’n gesprek is niet evident, zeker niet bij een totaal onverwacht overlijden, en ook daarvan ben ik me alsmaar beter bewust. De meeste mensen ervaren de babbel wel als deugddoend. Ten eerste is het gewoon fijn om te praten over wie je zo graag ziet. Er wordt dan ook best wel eens hard gelachen, als men het heeft over dat ene zinnetje dat ma altijd zei, of die ene grap die nonkel altijd uithaalde, of over die hilarische verlofdag 2 jaar geleden. Bovendien is dit gesprek ook een rustpauze tussen al het geloop en het geregel dat een afscheid met zich meebrengt – begrafenisondernemer, doodsbrief opstellen, adressen opzoeken, kist kiezen,...

Het resultaat van dit gesprek is dan, heel concreet, ik die naar mijn bureau ga en de dikke map poëzie erbij neem die ik in de loop van de voorbije jaren bijeen gesprokkeld heb. Voor mij is dit bijna een ritueel geworden: ik sla mijn map open en doorblader alle gedichten. Diegene die ik passend vind bij deze situatie, kopieer ik naar een blanco document, en als ik er zo een aantal heb, begint het schrijven. De ene keer rolt alles in 1 golf uit mijn vingers, de andere keer is het meer zwoegen en zweten.

In de jaren dat ik bij het huisvandeMens werk is mijn stijl heel wat geëvolueerd – of moet ik zeggen dat ik een eigen stijl ontwikkeld heb? Daar waar ik als beginnende consulent vooral de voorbeelden van mijn collega’s volgde, volg ik nu mijn eigen pen – mijn manier van uitdrukken, mijn favoriete poëzie…

De ene schrijfstijl is natuurlijk niet beter of niet slechter dan de andere; ik denk dat het er vooral op aankomt om trouw te blijven aan je eigen pen. Als je dat doet, dan ben ik zeker dat elke overledene de tekst krijgt die hij of zij verdient: volledig persoonlijk, volledig op maat, niet inwisselbaar, met passende poëzie, met sprekende beeldspraak, met een evenwichtige afwisseling tussen verhalende en beschouwende elementen.

Hoe vlot een tekst geschreven wordt, hangt grotendeels wel af van de informatie die we meekrijgen van de nabestaanden. Tijdens bepaalde gesprekken ben ik als het ware al aan het schrijven terwijl ik nog praat met de mensen, terwijl ik bij andere weet dat alles moeizamer zal verlopen. Situaties zijn natuurlijk ook heel verschillend. Het levensverhaal van een 90-jarige artiest die zijn eigen kunstgalerij heeft opgericht, schrijft nu eenmaal vlotter dan het verhaal van het baby’tje dat 2 dagen voor de geboorte stierf in de moederschoot. Maar ook hier is het de bedoeling om elke plechtigheid de moeite waard te maken, persoonlijk en zinvol.

Verloopt het gesprek wat stroever, of hebben de mensen niet zoveel informatie te geven – omdat die er niet is, omdat ze te zeer over hun toeren zijn, of om welke reden dan ook – dan nog is het aan ons, moreel consulenten, er een waardevolle en betekenisvolle tekst van te maken. Desnoods in 1 dag, want niet vergeten natuurlijk dat het schrijven van een afscheidplechtigheid steeds onder tijdsdruk gebeurt!

Mag ik trouwens van deze gelegenheid gebruik maken om onze Ieperse vrijwillige spreeksters, KD en RD van harte te bedanken voor hun tomeloze inzet, hier in Ieper en ver hierbuiten? We kunnen altijd op jullie rekenen, jullie doen jullie werk voortreffelijk, en dat betekent echt heel veel voor ons. Een hartelijk dankjewel!

En dan tot slot, beste lezers: ik hoop van harte dat wij elkaar niet al te snel zullen ontmoeten in het kader van een afscheidsplechtigheid, maar is dit toch het geval: weet dan dat je steeds kan rekenen op het personeel en de vrijwilligers van het huisvandeMens Ieper!

Auteur: Lieve Goemaere, vrijzinnig humanistisch
consulent bij het huisvandeMens Ieper

terug naar het overzicht