header background image
 


 
Als ik slechts 1 woord mag associëren met mijn job als vrijzinnig humanistisch consulent, dan is het ‘variatie’. Echt waar. Op geen enkele van de jobs die ik deed, was er zoveel afwisseling in mijn dagdagelijkse bezigheden als in deze. Ik werkte met minderjarige asielzoekers en met psychiatrische patiënten en geloof me vrij dat er in deze sectoren soms zelfs ietsje te veel variatie is! En toch doet de job van vrijzinnig humanistisch consulent zeker niet onder!


Allereerst variatie in emoties.

Als vrijzinnig humanistisch consulent verzorgen we vrijzinnige plechtigheden, mijlpalen in mensenlevens – hetgeen ik trouwens als een zeer grote eer beschouw. Ik vind het geweldig dat ik die belangrijke momenten, die in het geheugen gegrift worden, mee tot stand mag helpen brengen. Mensen stellen zich open voor je en ik besef maar al te goed dat dit niet zo evident is. Zomaar eventjes van alles op tafel gooien bij een wildvreemde, die dan een tekst schrijft op basis van jouw woorden over je overleden vader of over je relatie… Het is een groot vertrouwen dat ons gegeven wordt.

Geen grotere uitersten dan die ene donderdagnamiddag vorig jaar: om 14h regelde ik een geboorteplechtigheid voor een baby die levend en wel in zijn mama’s buik zat en letterlijk 2 uur later kwamen er ouders langs voor een afscheidsplechtigheid – hun baby was gestorven, luttele dagen voor de uitgerekende geboortedatum. Of samen met een veel te jonge dame haar afscheidsplechtigheid regelen, wetende dat dit haar laatste weken zijn… Zoiets kruipt echt niet in je koude kleren en het switchen van de ene naar de andere emotie is niet altijd even evident. Want ik ben sowieso een mens die meeleeft. Ik vereenzelvig mezelf niet met de mensen die ik spreek – dat zou trouwens niet leefbaar zijn – maar ik ben tot op zeker niveau ‘mee-blij’ als iemand me leuke of grappige dingen vertelt en ik ben ‘mee-verdrietig’ bij triestig nieuws. Zo besta ik nu eenmaal. Ook als consulent blijf ik steeds LG – ik speel geen rolletje.

Emoties ervaren we echter niet alleen bij plechtigheden. Een groot deel van mijn werk bestaat uit vrijzinnig humanistische begeleiding: gesprekken met mensen die met iets worstelen in hun leven en daar met een buitenstaander over willen praten. Eenzaamheid, depressie, uitsluiting, onzekerheid, psychiatrie, werkloosheid, ziekte, angst, onmacht, drugs… Ik noem maar enkele van de onderwerpen die in dergelijke gesprekken aangehaald worden. Soms spreek ik cliënten slechts 1 keer maar anderen zie ik heel geregeld. En dan groeit er een band, natuurlijk.

Natuurlijk blijft er altijd professionele afstand maar zoals ik ook meeleef bij plechtigheden, zo ben ik ook betrokken bij cliënten. Ik ben er niet goed van als een cliënte hervalt en ik stap met een smile uit de gespreksruimte als iemand eindelijk die stap heeft gezet waarover hij al jaren praatte zonder ooit iets te ondernemen.

Een roetsjbaan is het en we gaan van intense vreugde naar diep verdriet. Natuurlijk zitten wij als consulent niet zelf op die rollercoaster maar we zijn toch vaak nauw betrokken. Ik zie vrijzinnig humanistische begeleiding immers voornamelijk als “een mens spreekt een mens” en ik ben zeker niet de persoon om onbewogen te blijven bij het verhaal van anderen. Ik zou nog moeten willen, ik zou zelfs niet kunnen.

Een vriendin van me, die even bij een collega op gesprek ging, stelde me eens de vraag: “Maar al die verhalen van al die mensen, dat kan je toch niet allemaal interesseren? Verveelt het jullie niet wat wij allemaal vertellen?” Ik moest echt niet lang nadenken. Neen, het verveelt me niet. Die verhalen interesseren me echt, oprecht, steeds weer. Natuurlijk heb je al eens een dag dat je minder in form bent, een gesprek dat minder vlot of een cliënt met wie de band maar moeizaam tot stand komt maar au fond ben ik telkens en telkens opnieuw geïnteresseerd in wat mensen me komen vertellen. Het verwondert me zelfs een beetje eigenlijk: ben ik privé geregeld een pruttelkous met af en toe slechts minieme belangstelling in mijn medemens, dan is dat op mijn werk echt wel anders. Gelukkig maar!


Plechtigheden en vrijzinnig humanistische begeleiding zijn de hoofdbrokken van mijn werk maar er is nog zoveel meer. Ook variatie op inhoudelijk vlak dus: artikels schrijven, vrijwilligers ondersteunen, activiteiten organiseren, onthaal verzorgen, zetelen in allerhande raden, interne en externe vergaderingen bijwonen, vorming volgen, wilsverklaringen begeleiden, noem maar op. En voordrachten, niet te vergeten.


Zo moesten mijn collega MW en ik in april aan een stuk of 100 jongeren in het Vrijzinnig Centrum de Bezatse in Menen gaan uitleggen wat vrijzinnigheid precies inhoudt, in het kader van hun “Dag van de Levensbeschouwingen”. Behalve ons ontmoetten de leerlingen ook  vertegenwoordigers van de katholieke en de protestantse kerk en bezochten ze een moskee.
 
MW en ik hadden dus 4 voordrachten voor telkens 25 leerlingen van 11 tot 15 jaar voor de boeg. Probleem: hoe leg je in godsnaam in 45 minuten zo’n complex onderwerp als vrijzinnigheid uit? Wat weten die gasten van 12 jaar eigenlijk al, om mee te beginnen? Wat is moeilijk voor hen, wat gemakkelijk, wat kinderachtig, wat gepast?

Eerlijk gezegd: we wisten het niet zo goed. Schatte MW hen te hoog in, dan schatte ik hen te laag in. Gelukkig bestaan er brave zielen op deze wereld die bereid zijn voordrachten door te nemen en nuttige tips te geven.

(Dus bedankt PV, want zo daagden wij op in de Bezatse met een voordracht op maat.)



Leeftijd: allerhande.
School: allerhande.
Studieniveau: allerhande.
Moedertaal: allerhande.
Levensbeschouwelijke oriëntering: allerhande.

Interesse: idem.



Waar MW en ik sowieso allebei overtuigd van waren, was dat de voordracht speels en interactief moest zijn. Eventjes terugdenken aan onze eigen schooltijd volstond om tot deze conclusie te komen. We besloten de leerlingen zelf te laten denken en aan de hand van groene en rode kaartjes hun mening te laten uiten over stellingen die wij naar voren brachten. Op deze manier brachten we trouwens al 1 van de vrijzinnige kernwaarden naar voren, zonder dat ook maar iemand het door had. Haha!

Het begon gemakkelijk en amusant: “De grote vakantie moet afgeschaft worden.” Iedereen rood. “Jongens zijn leuker dan meisjes.” Alle jongens groen, meisjes rood. “Meisjes zijn leuker dan jongens.” Het lijdt geen twijfel wie welk kaartje in de lucht stak, vermoed ik. Maar daarna begon het ernstigere werk. “Gelovigen geloven in hun god, vrijzinnigen geloven in niets.” Of: “Ik heb betere punten op mijn rapport, dus mijn mening is belangrijker.” Niet enkel door het toneelstukje dat MW en ik opvoerden (met MW als grillige tiener en ikzelf als strenge moeder) bracht de stelling “Iedereen doet met zijn leven wat hij zelf wil” het meeste leven in de brouwerij. Want als je akkoord gaat met de vorige stelling, ga je dan ook akkoord met deze: “Ik mag alles doen waarin ik zin heb!”? Hetgeen we concretiseerden met een aantal voorbeelden. “Ik mag een fiets stelen als ik er eentje nodig heb. Ik mag mijn lerares van haar stoel duwen en haar nog een schop geven ook.” Ja ja, eenmaal we in het ritme van onze voordracht zaten, waren we niet meer te houden!

MW en ik probeerden de leerlingen verfijnd te doen denken, soms een echte uitdaging. “Oké, jij mag een fiets stelen, beweer je. Dus ik mag ook jouw fiets stelen want ik ben ook vrij?” “En als jij je juffrouw van haar stoel mag schoppen, mag ik dan hetzelfde doen bij jou?” Zo gingen we stelling na stelling verder, tot we tot een aantal vrijzinnige kernwoorden kwamen.

Vrijheid. Verantwoordelijkheid. Gelijkheidwaardigheid. Kritisch denken. Verdraagzaamheid.


Tot slot presenteerden we de leerlingen de vrijzinnige fakkel, die we heel eenvoudig uitlegden. De vlam staat voor het licht van je verstand. “Er gaat een lichtje bij je op, je denkt zelf.” De figuurtjes vertegenwoordigen ons allemaal en de verbondenheid die er tussen ons is.


En hiermee rondden we ons betoog af: wat je ook gelooft, welke je overtuiging ook is, we zijn allemaal mensen. We zijn verdrietig als onze mama sterft, we zijn blij als we een fijne dag beleven met onze vrienden, we zijn bang als er iemand op ons afstapt met een geweer. Met andere woorden: er zijn meer gelijkenissen dan verschillen tussen ons. En als iedereen hiervan overtuigd zou zijn, dan zag onze wereld er al heel wat beter uit.

Misschien een wat melige boodschap maar ach, af en toe wat meligheid kan geen kwaad. Zeker niet bij 12-jarigen, die nog een heel leven voor zich hebben om volwassen, wantrouwig en cynisch te worden. En ik ben bovendien overtuigd dat, hoe positiever we onze eigen levensbeschouwing voorstellen, hoe meer mensen er kennis zullen mee willen maken.


Met een beetje geluk hebben we die dinsdag in april 100 mensen geprikkeld om meer te weten te komen over ons, vroeg of laat…  

Auteur: Lieve Goemaere, vrijzinnig humanistisch
consulent bij het huisvandeMens Ieper

terug naar het overzicht