header background image
 


 
Wie mij een beetje kent, weet dat ik een opgejaagd mens ben. Ik kan er niets aan doen, maar ik heb graag dat alles snel en meteen gebeurt, en liefst ook stipt. Dat is niet bepaald mijn eigen favoriete eigenschap, ook niet de meest aangename, maar ondertussen heb ik het er gewoon bijgenomen. Er zijn trouwens niet alleen nadelen aan verbonden hoor, dat nu ook weer niet.

Onlangs arriveerde ik ruim op tijd op een huwelijksplechtigheid. Bleek dat het koppel en ik een andere visie hadden op het aanvangsuur. Ik had begrepen dat de plechtigheid om 16h begon, maar 16h was voor hen het tijdstip waarop de gasten druppelsgewijs konden beginnen binnen waaien, om dan eens op het gemak te starten eenmaal iedereen er was.

Nu moet je weten: ik moest nog naar de Colruyt die dag. Dringend – want we hadden nog maar 5 blikjes cola in de frigo. (Wie mij een beetje kent, weet dat er geen bloed door mijn aderen vloeit, maar cola.) Lap, daar zat ik dus. “Tot wanneer is de Colruyt eigenlijk open op een zaterdag? Wat zou de dichtste winkel zijn? Zou ik er nog geraken? Morgenochtend zou ik naar de Delhaize in Poperinge kunnen gaan, maar ja, dan heb ik die geboorteplechtigheid om 10h. Ervoor misschien? Maar neen, dat gaat niet, dan ben ik teveel bezig met die plechtigheid. Ik wist het hé, ik had beter besteld via Collect & Go. En wanneer zou dat hier maar starten zeg? Ik dacht al dat er zo weinig volk was toen ik de geïmproviseerde parking opreed. En het zou toch niet beginnen regenen? Want zou ik dan wel van dat maïsveld geraken? Tenminste, als ik hier ooit zal weggeraken, want dat gaat hier nog lang duren zeg. Honderd man, zeiden ze, en ik tel er veertien, vijftien, zestien…”

Zo gaat dat dus bij mij. Ik ben geen dokter, maar ik denk dat mijn bloeddruk steeg bij elk zinnetje in mijn hoofd. Niet ideaal als je een huwelijksplechtigheid voor de boeg hebt, want dan word je toch wel verondersteld om er graag bij te zijn, en dat liefst ook een beetje uit te stralen. Op deze manier ging me dat dus zeker niet lukken. Ik besloot dat ik me dringend minder druk moest maken, want wat voor avance eigenlijk? Ik moest sowieso die plechtigheid uitspreken, misverstanden zijn onvermijdelijk, en de dienst kon echt niet eerder beginnen omdat ik nog boodschappen moest doen. Bovendien had ik er eigenlijk wel zin in gehad toen ik hier naartoe reed.

Dus ik placeerde me onder de boom. Het koppel had kosten noch moeite gespaard om van hun tuin een sprookjesachtige idylle te maken. “Ja, zet u gerust erbij.” Er kwamen wat oudere mensen aan mijn tafeltje zitten. Het duurde niet lang of we verzeilden in een gesprek. Hoe zij het bruidspaar kenden, wat ik kwam doen, of ik zulke plechtigheden dan wel vaker deed. “Ik schrijf eigenlijk vooral begrafenissen”, zei ik. “Och”, zei de mevrouw naast me, “ik vind dat zoveel schoner dan in de kerk. Wij hebben onlangs ons kleinkind verloren, ze was 16 maanden. Het afscheid was ook met zo’n dienst.”

Slik.

“Oei, 16 maanden zeg… Mag ik vragen wat er gebeurd is?” Kijk, dat is dan één van mijn betere eigenschappen: ik ga zulke onderwerpen niet uit de weg. De oma begon te vertellen: over hoe het meisje gezond en wel ter wereld was gekomen, maar hoe ze enkele uren later, in staat van opperste paniek, van het stedelijk naar het grootstedelijk naar het universitair ziekenhuis werd gebracht. Hoe genetische testen, na lange en zware weken, een ontluisterend resultaat aan het licht brachten. Hoe zij als grootmoeder leed omdat haar kleindochter leed, maar ook omdat ze de ouders van het meisje zo zag afzien. Dat ze bang was geweest om voor het kind te zorgen, uit angst dat er iets ging gebeuren, en zij niet zou weten wat te doen op dat moment. Dat het meisje uiteindelijk overleden was, en dat het wreed was wat ze nu ging zeggen… maar dat het misschien maar best was, voor iedereen. En dat de afscheidsdienst zo mooi was geweest.

We babbelden en bleven babbelen, niet enkel over het kleindochtertje. Ik ontdekte dat ze heel haar leven ploegarbeid had gedaan in een fabriek, waardoor ze nu nog altijd een vroege vogel was. Haar man was dat niet, en daarom probeerde ze ’s morgens niet teveel lawaai te maken. Om die reden had ze haar vroegere hobby opnieuw opgenomen: naaien. Kijk, heel dat tenue die ze nu droeg: zelfgemaakt! Ze had misschien 12 euro betaald voor de stof. Denk maar niet dat je voor die prijs iets kan kopen in een kleerwinkel. Mijn slechte humeur verschrompelde. Wat een sterke vrouw. Het beste maken van de omstandigheden – daarvan was zij het levende bewijs.

Ik zag de tuin vollopen met gasten, en stelde het koppel voor om stilaan aan de plechtigheid te beginnen en die was echt geweldig. Dat was niet zozeer mijn verdienste, want eigenlijk was mijn bijdrage van in het begin minimaal geweest. Dat de dienst zo mooi was, zat in het feit dat alles samenviel: het publiek dat letterlijk en figuurlijk erg nabij was en zo aandachtig luisterde. De vijf prille pubers die met hun fijne stemmetjes, hun lieflijke liedje en hun verlegen danspasjes minstens de helft van alle aanwezigen naar een zakdoek deed grijpen. De hilarische en liefdevolle vertellingen van de broer en de zus van het bruidspaar. Het liedje dat het koppel zelf zong, en het refrein dat door de honderd gasten werd meegezongen. De zon die net op dat moment door de wolken begon te priemen. Alles zat gewoon juist.

Toen ik wou vertrekken, kwam de bruid me achterna, en zei: “Ik heb in je bureau gezien dat je van planten houdt… Kom eens mee.” Ze gaf me een prachtig vetplantje. Weet je, ik verwacht helemaal niets na een plechtigheid. Het gebeurt dat mensen iets geven als bedanking, niet altijd. Maar dit was de eerste keer dat iemand zo duidelijk had nagedacht over wat bij me zou passen – en dat raakte me.

Ik stapte volledig happy in mijn auto, reed naar de Colruyt, deed mijn boodschappen, en kwam – ik overdrijf echt niet – euforisch thuis. En ik dacht: waarom ben ik toch altijd zo’n opgefokt mens? Ik moet de dingen meer op me af laten komen, trager leven, ruimte geven aan het onverwachte, aan zulke mooie ontmoetingen als deze met de oma. Hoe geweldig was ons gesprek eigenlijk niet? Twee wildvreemden – we hebben zelfs niet naar elkaars naam gevraagd – en toch hadden we een connectie, voerden we een gesprek dat er toe deed. Onze conversatie zette alleszins meteen alles weer in proportie bij me: eventjes moeten wachten is geen drama. Leren doen we het meest van elkaar, en in al haar eenvoud en oprechtheid leerde ik heel wat van de oma van het overleden meisje. Onbewust drukte ze me met mijn neus op wat feiten.

Als vrijzinnig humanist geloof ik in eigen keuzes maken en eigen verantwoordelijkheden nemen… Waarom kan ik dat niet wat vaker, de keuze maken om te relativeren en te vertragen? Al die nodeloze stress die ik gewoon mezelf aandoe: er is echt niemand die daar deugd van heeft. Al besef ik wel dat het heus niet zo simpel is – droom versus realiteit, en karakter, en al van die zulke dingen, weet je wel. Maar toch… Het is de moeite om hier wat langer bij stil te staan. Dankjewel daarvoor, onbekende mevrouw! (Lieve Goemaere)

(De dag erop sprak ik een geboorteplechtigheid uit. Ik was net de deur uit toen ik mijn voet omsloeg. Ik bracht twee dagen in de zetel door, liep een week met een brace, en moet nu verschillende keren naar de kinesist. Zo letterlijk had ik dat trager leven nu ook weer niet bedoeld.)




Auteur: Sybille Van weehaeghe
Bron: tijdschrift Zoeklicht juli-augustus 2017

terug naar het overzicht