header background image
 



Hoe het allemaal begon en oorspronkelijk evolueerde tot 1914

In 1834 werd de “Université Libre de Bruxelles” gesticht. In 1863 stichtten enkele liberale burgers een eigen vrijdenkersbeweging “La Libre Penséé, met als leuze : “Plus de prêtre à notre mort, à notre mariage, ni à la naissance de nos enfants”. In de komende jaren werden in vele Belgische steden dergelijke verenigingen opgericht. In Antwerpen werd in 1864 “De Vrije Gedachte” gesticht, die vooral opkwam voor de burgerlijke begrafenissen. In 1867 kwam het “Volksverbond” tot stand. Dit was socialistisch getint. “De solidairen” vonden er ook onderdak. Vanaf 1880 organiseerden zij “Het feest van de jeugd” en begin twintigste eeuw creëerden zij de “jongelingenkring” voor kinderen vanaf 10 jaar. In die periode bestonden er meer dan tweehonderd socialistische vrijdenkersgenootschappen.
Volgens het vroegst bekende verslagboek van de Gentse Socialistische Vrijdenkers werd in 1887 voor het eerst een voorstel gedaan om een “Feest der jeugd” in te richten. Die werd ook Sociale of vrije communie geheten. De vrijzinnige jeugd met de leeftijd vanaf 10 jaar werd hiervoor uitgenodigd. De tiende maart kwamen zes kinderen naar de “Vooruit” op de garenplaats en deden er hun lentefeest. Ze werden er samen met hun ouders getrakteerd op een ontbijt met chocolademelk en boterkoeken. Er werd gezongen en een toneelstukje opgevoerd. Edward Anseele hield een korte toespraak. In  latere jaren werd het feest  uitgebreid met een concert. Aan de vrije communicanten werd een diploma overhandigd waarop de getuigenis van hun vrijzinnigheid geschreven stond.


 

Iedere deelnemer kreeg een rood lint opgespeld met de vermelding “Vrije communie”  Men richtte zich tot arbeidersgezinnen, die het echter soms lastig hadden om hun kinderen voor deze gelegenheid behoorlijk en netjes te kleden. De financiële middelen ontbraken hen dikwijls. Er werd een hulpfonds gesticht en er werden ook toenaderingen gezocht bij de toenmalige commissie van openbare onderstand om de kinderen in het “nieuw te steken”. Weken vooraf werd het feest der Vrije Communie in de “Vooruit” aangekondigd. Telkens werd benadrukt dat het om een rationalistische ceremonie ging. Fijntjes werd de vergelijking gemaakt met de Roomse communie en  men liet niet na om te benadrukken dat Roomse kinderen weken in koude ongezonde kerken moesten vertoeven om er dingen te leren die later nooit van pas zouden komen. Dit terwijl de Vrije Communicanten op hun dag warm en gezellig in de Vooruit een gratis ontbijt kregen. Er werden vrijdenkersgedichten voorgedragen en liederen gezongen. Wat later kregen de ouders en kinderen gratis toegangskaarten  voor “het cosmorama”, in die tijd een attractie op de kermis.
Er kwam kritiek, niet alléén omdat de oproepen niet het gewenste succes hadden maar ook omdat de plechtigheid te veel een kopie bleek van de roomse ceremonie, wat al begon met de benaming. De steun van de partij werd begin van de twintigste eeuw  op een laag pitje gezet voor  de socialistische vrijdenkersbonden. Sommige jaren werd het feest niet georganiseerd wegens interne disputen. Toen het feest in 1907 terug werd georganiseerd was dit slechts een kleine opleving want de jaren die volgden kon het feest niet doorgaan wegens volkomen gemis aan belangstelling. Alle begin is moeilijk leek ook voor de vrijzinnige feesten het leidmotief te zijn. In 1914 volgde een nieuwe poging  en toen werd het “Feest der jeugd” opgenomen in de dagorde van het 21° Vlaamse Vrijdenkerscongres dat zou plaatsvinden op 15 en 16 augustus. De eerste wereldoorlog trok daar een streep door.

Marc Boone (vrij naar Het gedenkboek 1964-1988 / 25 jaar Feest van de vrijzinnige jeugd in Gent)

Bron: Zoeklicht editie mei-juni 2017

terug naar het overzicht