header background image
 


 

De vrijzinnigheid beschouwt zich als de voortzetting van de Verlichting.
Met Verlichting wordt de culturele stroming bedoeld, ontstaan in de 17de eeuw, die voornamelijk wordt geassocieerd met de Franse filosofen van de 18de eeuw, waarvan Voltaire de bekendste vertegenwoordiger was. Onder invloed van de ideeën van Descartes en als gevolg van de politiek-sociale toestand in Frankrijk riepen deze filosofen op tot vrijheid van denken en tot het zich bevrijden van de religieuze machten. (1)  
Nochtans komt de beroemdste definitie van de Verlichting ongetwijfeld van de Duitse filosoof Emmanuel Kant (2): Verlichting betekent dat de mens zijn zelfopgelegde onmondigheid achter zich laat. Onmondigheid is het onvermogen je verstand te gebruiken zonder leiding van anderen.
Deze onmondigheid is zelfopgelegd indien de oorzaak ervan niet in een gebrek aan verstand ligt maar in besluitvaardigheid en moed (...)
Sapere Aude! (3) Heb de moed van je eigen verstand gebruik te maken, is dan ook de zinsspreuk van de Verlichting.
De Verlichting beschouwde de mens als een rationeel wezen bij uitstek die, op grond van de verworven kennis, het lot van de mens kon verbeteren,

De kern van de vrijzinnigheid, schrijft Leo Apostel, is eigenlijk in wezen de levenshouding van de Verlichting: De Verlichting beschouwt alle modellen die we maken van de werkelijkheid als onvolmaakt en voor herziening  vatbaar. Dat verklaart het intens afwijzen van definitieve waarheden en voor altijd geldende dogma’s. Tegelijk geldt voor haar de activiteit van het modellen bouwen, van het zoeken naar waarheid als één van de hoogste menselijke waarden. Dat verklaart waarom onderzoek hier een wezenlijk belang krijgt en geestelijk zowel als intellectuele vrijheid zo centraal staan. Deze houding steunt op een intense ervaring van de onuitputtelijke , van ons onafhankelijke werkelijkheid die al onze hypothesen en modellen te boven en te buiten gaat en toch tegelijk voor modellen en hypothesen toegankelijk is.(4)
   
Het verlichtingsrationalisme, dat tijdens de moderniteit in de 19de eeuw resulteerde in een optimistisch vooruitgangsdenken, verloor in de periode van het postmodernisme (5) aan betekenis.
Zoals ik eerder in Zoeklicht schreef lijkt de mens in deze postmoderne, ik-gerichte wereld wel een drenkeling, die elk gevoel voor richtingen en doeleinden heeft verloren. De wereld is onttoverd, gedemythologiseerd. Oude waarheden zijn gesneuveld, massa-ideologieën  zijn op sterven na dood en het geloof in vooruitgang door wetenschappelijke evoluties, die enkel de mens ten goede zou komen, is achterhaald, sinds in Hiroshima en Nagasaki gebleken is dat wetenschap ook tot destructie kan leiden. Het oude joods-christelijk wereldbeeld scleroseert, maar ook het geloof in kennis en waarheid als product van de Rede, het Verlichtingsdenken, lijkt ingeruild voor efficiëntie. (6)

In de huidige tijd evolueren we razendsnel naar een informatiemaatschappij waar het voor velen steeds moeilijker wordt de technologische evolutie bij te benen. Daarenboven bedreigen de alsmaar grotere sociale ongelijkheid en de steeds grotere concentratie van rijkdom het democratisch model, zoals door de econoom Thomas Piketty is aangetoond. Verder doen globalisatie, immigratie en vluchtelingenstromen mensen nog meer op zichzelf plooien. Door multiculturalisme en diversiteit zijn sommige mensen bang dat het de verkeerde weg opgaat en populistische politici boeken succes met simplistische en ongenuanceerde oplossingen.




 

Juist in deze tijd van twijfel en vervreemding, waarin de mens ten prooi valt aan vertwijfeling en vervreemding in een gefragmenteerde wereld zonder doel, heeft de mens meer dan ooit behoefte aan een houvast.
De econoom Tomas Sedlacek beweert zelfs dat ‘we teveel doorgeslagen zijn in onze postmodernistische twijfel. Zo goed als al onze grote verhalen lijken we zijn kwijtgeraakt, terwijl we er tijdens onze grote vrijpartij met dat postmodernisme wel heimelijk heimwee naar hadden. Ik geloof er niet in dat mensen zonder verhalen kunnen leven.’(7)

Kan de vrijzinnigheid, met haar methode van kritisch vrij onderzoek, vandaag een ‘verhaal’ bieden?
Men kan niet ontkennen dat ook het ‘vrije denken’, (wat niet hetzelfde is als ‘het politiek correcte denken’!), voor een groot deel gebonden is aan historische presumpties en axioma’s.
Wat gisteren als een onaantastbare waarheid wordt aangenomen kan vandaag achterhaald blijken en progressieve ideeën van nu zijn misschien over korte tijd achterhaald.  Onze kritische reflecties, los van elke dogmatische doctrine, kunnen bijgevolg slechts voorlopige antwoorden bieden.
Intussen zijn we ook tot het besef gekomen dat naast het zuiver rationele, ook het gevoelsmatige ons denken en handelen mede bepaalt.
Volgens Jean Paul Vanbendegem tekent zich stilaan een nieuw mensbeeld af, een mensbeeld waarbij verstand enerzijds en gevoel anderzijds niet langer als tegenstelling beschouwd worden maar veeleer complementair zijn. De Amerikaanse neuroloog Antonio R. Damasio heeft het over ‘de vergissing van Descartes’ en verlaat de stelling dat de mens als maatstaf beschouwt voor wat binnen zijn waarnemingsveld valt. Het bewustzijn, zo schrijft hij, begint als een gevoel.(8)

De methodiek van zelfbevraging, wat we ‘vrij onderzoek’ noemen, zal uiteindelijk leiden naar een visie op mens en samenleving met daaraan verbonden ethische waarden en zingeving, die resulteert in een levenshouding die in haar finaliteit humanistisch is.
Het moderne humanisme mag dan een voortzetting zijn van een voorchristelijke traditie (9), het is in elk geval schatplichtig aan de waarden van de Verlichting met als doel het lot van de mensheid te  verbeteren.
Daarom kunnen vrijzinnige humanisten zich terecht de erfgenamen van de Verlichting noemen.   

                
 
(1) Voltaire: ‘Ecrasez l’Infâme’ . Verpletter de schaamteloze (Kerk).
(2) Was ist Aufklärung? (Kant)
(3) Durf te weten (Horatio)
(4) Een ander geloven. ( Leo Apostel)
(5) ‘Postmodernisme’ is een term, in 1979 bedacht door de Franse denker Jean-François Lyotard.
(6) Creativiteit en het vrije denken. (Zoeklicht november-december 2004)
(7) Knack 17 maart 2017.
(8) Ik voel, dus ik ben. (A.R. Damasio.)
(9) Het vrije denken. Het ongelijk van het humanisme. (Ronald Commers)


Jem de Winter

Bron: tijdschrift Zoeklicht juli-augustus 2017

terug naar het overzicht