header background image
 


Anne-France Ketelaer

Zoeklicht sprak met Anne-France Ketelaer

 

“Het is tijd voor een goed verhaal”

Van een statig herenhuis naar een modern kantoorblok is in een ambassadelaan in Brussel een kleine stap. Voor een organisatie als de vrijzinnig humanisten een sprong naar erkenning en vernieuwing. De Unie Vrijzinnige Verenigingen is deMens.nu geworden met haar huizenvandemens. Anne-France Ketelaer volgde Marina Van Haeren op als algemeen directeur. Tijd voor een gesprek over de mens, niet over de directeur van de vrijzinnige koepel. Het werd een mooi verhaal…

 

Zoeklicht: Je bent afkomstig uit West-Vlaanderen?

Anne-France Ketelaer : Ik ben van Brugge. Mijn moeder is een Brugse, mijn vader komt uit Elsene. Mijn grootouders waren fans van Achiel van Acker, ik heb dus een rode en vrijzinnige achtergrond. Mijn vader maakte carrière als personeelsdirecteur bij IBM, mijn moeder werkte als ambtenaar bij defensie. Zij waren, helemaal in de tijdsgeest, harde werkers. Ik werd vrij en blij opgevoed in Zaventem.

Na mijn Latijn-Wiskunde opleiding aan het Koninklijk Atheneum van Zaventem, schreef ik me in aan de VUB voor de geneeskunde-opleiding. Het lukte niet meteen en een herkansing kreeg ik niet van mijn vader. Ik koos voor het regentaat Nederlands Engels Moraal in de provinciale school met internaat in Tienen. In die periode was het provinciaal onderwijs zeer gepolitiseerd. Een internaat had het voordeel dat alle leeftijden samen school liepen en praktijk als leerkracht zo voor de hand lag. Daar kreeg ik de microbe voor het vak niet-confessionele zedenleer te pakken. Toen ik afstudeerde, waren de kansen om een job te vinden zeer klein, maar ik had geluk: ik kon onmiddellijk in het pas ingevoerde VSO aan de slag.

 

Zoeklicht: Hoe belandde je bij de Unie van de Vrijzinnige Verenigingen?

Anne-France Ketelaer : naast mijn vele engagementen als vrijwilliger, als partijsecretaris van de plaatselijke SP-afdeling van Tremelo, bij de Jong-Socialisten op Nationaal vlak startte ik als werkstudent Rechten aan de VUB in avond- en weekendonderwijs. Maxime Stroobant gaf me begin 1989 de tip dat de Unie Vrijzinnige Verenigingen op zoek was naar een jurist om de onderhandelingen voor een wettelijke erkenning te begeleiden. Bij de vrijzinnige organisaties waren er verschillende strategieën om de discriminatie waar we toen het slachtoffer van waren te bestrijden. Je had de revolutionaire vrijzinnigen: zij wilden een totale omverwerping van het systeem en de absolute scheiding tussen kerk en staat. Maar dat bleek een utopie. Wij wilden niet blijven staan roepen aan de zijlijn dat de vrijzinnigen ongelijk behandeld werden ten opzichte van de erkende godsdiensten. Wij wilden erkenning en middelen voor de vrijzinnige gemeenschap. (fluisterend) En liefdadigheid is vooral een eigenschap van religieuze mensen, vrijzinnigen zijn wel erg empathisch, maar zetten dat niet automatisch om in donaties en centen. We hebben dit (grond)wettelijk parcours kunnen starten omdat er zeer geëngageerde politici waren, zowel socialisten, liberalen als groenen. Wij moesten wel onderhandelen binnen het kader dat de CD&V- justitiekabinetten hanteerden. Zij kenden alleen de organisatie en de wetgeving van de kerkfabrieken. Maar de vrijzinnigen hadden geen vrijzinnig centrum nodig in iedere gemeente of stad. Wij zochten dus een eigen, uniek model dat uiteindelijk in de huidige wetgeving en uitvoeringsbesluiten geconcretiseerd werd. Het is nu tijd voor een positief verhaal en een frisse eigen identiteit gekleurd door autonomie en verantwoordelijkheid in combinatie met vrijheid en solidariteit. Wij hebben nood aan een eigen verhaal waaruit blijkt dat wij zorg dragen voor de mens, de natuur en de samenleving. De universele verklaring van de rechten van de mens is een basis van vertrek, maar we hebben ook een praktisch humanistische retoriek nodig.

 

Zoeklicht: Je bent ook mede bezieler van de vrijzinnige vrouwen?

Anne-France Ketelaer: Ik ben geen blauwkous, maar toch een overtuigde feministe. Mijn engagement in de socialistische beweging verliep ook via het SVV. De gelijkheid van de Belgen staat in de grondwet, maar de gelijkheid van man en vrouw mag daar gerust aan toegevoegd worden. Er is nog altijd werk voor de boeg. Het is misschien typisch voor vrouwen, maar wij doen dat samen, met veel vrouwen in een groep. Ik maak van de gelegenheid gebruik om ter zake een hedendaags niet-westers boek aan te bevelen. Het essay We should all be feminists van de Nigeriaanse shrijfster Chimamanda Ngozi Adichie is niet alleen vlot te lezen dankzij de vele anekdotes, maar vooral to the point wat de genderproblematiek betreft. We gaan immers gebukt onder gendervoorschriften en -verwachtingen. Daardoor zijn noch vrouwen, noch mannen echt vrij om zichzelf te zijn. Ze wilt zichzelf niet langer verontschuldigen voor haar vrouwelijkheid, maar net in al haar vrouwelijkheid gerespecteerd worden. En daarvoor moeten we allemaal strijden. Het is essay is daarom terecht verplichte schoollectuur in Zweden.

Naast mijn engagementen, had ik ook nog tijd voor twee kinderen en hun hobby’s zoals paardrijden en voetbal. Ondertussen is zondag omadag geworden voor mijn twee kleinkinderen Noa en Sterre. De zondag is dus “heilig” geworden in mijn tijdskalender. Privé, maar ook in familiekring heeft een vrijzinnige de opdracht om positief te inspireren vanuit een eigenzinnig en eigen “waarde”-gevoel. In mijn eigen buurt en omgeving -Tremelo- sta ik altijd open voor een gesprek. Veel mensen weten dat ik jurist ben, ik kan veel mensen helpen die het moeilijk hebben. Ik durf nogal eens aan de toog blijven hangen voor een “parolleke”. Een goed gesprek kan veel vooruit helpen. We moeten met zijn allen proberen door een pragmatische houding ons samenleven met andere levensbeschouwingen om te zetten naar een model waar het voor iedereen goed leven is. Een sterke vrijzinnig humanistische identiteit mag in de toekomst niet ontbreken in een evenwichtige multiculturele samenleving.

Interview door Lieven Vanhoutte, Bron: Tijdschrift Zoeklicht editie maart-april 2017