header background image
 


Erik Verbeurgt



Mozaiek geurt nog naar de Kom op tegen kanker-azalea’s als ik Erik ga opzoeken op zijn werkstek. De duivel doet het al van het Kortrijkse Vrijzinnig Centrum is een en al rustige vastheid. Zijn glimlach geeft aan dat hij leven en activiteit brengt in het oud fabriekspand. Hoe noemt men zo iemand? Coördinator, begeleider van vrijwilligers, programmator of organisator? Een zoektocht naar de mens achter de organisator kan beginnen: een verteller aan het woord.

Zoeklicht: Jij bent geen geboren en getogen West-Vlaming?

Erik: Ik ben Oost-Vlaming, geboren in 1960, in een kroostrijk katholiek gezin in Horebeke, het dorp dat bekend staat om zijn protestantse wijk, de Geuzenhoek op Korsele. Vreemd vond ik dat, twee gescheiden geloofsgemeenschappen op een dorp van ocharme 1700 inwoners. Ik besefte al vlug dat het ware geloof claimen eigenlijk om macht draait, macht , controle en invloed van instituten.  De pogingen de wij vanuit de jeugdbeweging ondernamen om de scheiding tussen de katholieke en de protestantse gemeenschap te overbruggen botsten op felle weerstand. De deken van Horebeke was oerconservatief en vond een medestander in de toenmalige bisschop Van Peteghem: de missen werden nog opgedragen in het Latijn, pogingen uit de gemeenschap om enige moderniteit te brengen werden afgeblokt … Wat de deur van het geloof helemaal dicht deed was toen ik tijdens mijn collegetijd in Oudenaarde merkte dat aanhangers van de bevrijdingstheologie het leven lastig werd gemaakt (een godsdienstleraar werd letterlijk ‘weggepromoveerd’ naar een donker kamertje op het bisdom). De traditionele westerse benadering waar ‘zonde’ gericht werd op het handelen van individuele gelovigen en sociale onderdrukking, ongelijkheid en economische onrechtvaardigheid buiten beschouwing bleven, kon ik onmogelijk verzoenen met mijn eigen mens- en maatschappijvisie. Sindsdien beschouw ik mij als een agnost en later als atheïst.
Mijn vader was bediende voor de personeelsadministratie bij de brouwerij Roman, mijn moeder heeft in de kantonnale administratie gewerkt tot de opvoeding van haar zeven kinderen haar volledig in beslag nam.
Na mijn humaniora wist ik niet goed wat te gaan studeren. Ik was eigenlijk niet klaar voor dat soort levensbepalende keuzes. Architectuur of fotografie leek mij wel wat, maar thuis was dat niet bespreekbaar. Ik deed een poging aan de Leuvense universiteit orthopedagogie, maar dat was voor mij toen te hoog gegrepen. Via het watervalsysteem belandde ik in de opleiding sociaal assistent waar ik koos voor de optie sociaal-cultureel vormingswerk.

Zoeklicht : In het Kortrijkse Limelight vond je je toekomst?

Erik: Voor mijn stage belandde ik in Limelight, het onafhankelijk cultureel centrum met theater, dans, muziek en film, dat resoluut opteerde voor een vernieuwend, progressief en niet commercieel beleid. Daar ging een nieuwe en bijzonder boeiende wereld voor mij open.
Het onderwerp van mijn eindwerk was een onderzoek naar de manier waarop een cultureel centrum relevant kan zijn binnen educatief en emancipatorisch werk en hoe het aansluiting kan vinden bij maatschappelijk-culturele onderstromen. Daarnaast hield ik me bezig met het opzetten van een filmforum voor enkele Kortrijkse scholen, was ik nauw betrokken bij de muziekprogrammatie en stond ik vaak achter de toog.
Muziek is altijd heel belangrijk geweest voor mij, al is aan mij geen groot muzikant verloren gegaan. Dat vind ik echt jammer… maar luisteren naar muziek is en blijft wel een passie, naast mijn actieve hobby: fietsen. Ik luister naar zeer diverse muziek, van blues over jazz, van folk tot country, van funk tot soul, … Eigenlijk bestaan er maar twee soorten muziek: goede en slechte, ongeacht oorsprong, genre of jaar.
Na de studie bleef ik Kortrijk hangen waar ik een vriendenkring had opgebouwd. Het was de tijd van de oliecrisis, veel jeugdwerkloosheid, de No-Future generatie met de punk die schokgolven veroorzaakte,…
Zoals vele generatiegenoten mocht je al blij zijn een tijdelijke job te vinden in het derde arbeidscircuit (DAC) of het bijzondere tijdelijke kader (BTK). Zo werkte ik in enkele jaren in de grensstad Menen voor de werklozenwerking aldaar. Toen dat op zijn einde liep ben ik aan de slag gegaan binnen het OCMW van Kortrijk. Ik werd centrumleider van het lokaal dienstencentrum de Zonnewijzer, een centrum waar senioren terecht konden voor allerhande vormen van diensten (maaltijden, pedicure, wassalon, gezondheidsconsultaties, …) maar ook voor vorming, ontspanning en ontmoeting. Ik heb dat veertien jaar gedaan tot de steeds toenemende werkdruk me deed ineenstorten. Er kwamen nieuwe dienstencentra bij maar die moesten het met steeds minder mensen zien te doen… Een jaar lang  zat ik thuis met een burn-out. Geen pretje!!!
Ik kon terug naar de Zonnewijzer, maar koos er voor dat niet te doen en nieuwe horizonten op te zoeken. Liefst in een uitdagende omgeving met een gevarieerd takenpakket. Zo ben ik in de zomer van 2004 in Vrijzinnig Centrum Mozaïek beland.

Zoeklicht: Wat is Mozaïek, waarom moeten mensen langs komen?

Erik: Veel mensen denken dat je vrijzinnig moet zijn om hier binnen te stappen. Niets is minder waar. Wij willen een open centrum zijn. De activiteiten staan op zich. Iedereen die er interesse voor heeft en een open en kritische geest heeft is welkom. Het feit dat we niet zichtbaar zijn van op de straat is vormt een fysieke drempel. Velen komen niet kijken achter de grote poort. Door ook laagdrempelige activiteiten te organiseren pogen wij de stap kleiner te maken. Kortrijk (en bij uitbreiding misschien wel gans onze provincie) is echter geen gemakkelijke stad: activiteiten zoals het wetenschapscafé, de UPV- lezingen, filosofische avonden en reeksen, … zijn zeer interessant maar zouden toch nog meer publiek moeten kunnen aantrekken. Wij groeien langzaam, maar niet spectaculair. Het blijkt niet gemakkelijk om mensen te mobiliseren voor vormende, inhoudelijke activiteiten.

Zoeklicht: Waar bestaat jouw dag uit? Wat is je werk in Mozaïek?

Erik: Ik ben een beetje het manusje-van-alles van Mozaïek. Het secretariaat organiseren is belangrijk, coördineren en ondersteunen van de huisverenigingen, activiteiten organiseren, affiches en flyers maken, stockbeheer, verhuur van lokalen en zalen aan derden, onderhoud en klusjes allerhand, administratie en subsidiedossiers, …
Een zeer veelzijdige job dus waarin je niet te beroerd mag zijn de handen uit de mouwen te steken want soms komen wij  handen te kort om het vele werk aan te kunnen. Twee PWA-ers en een deeltijdse consulente zijn eigenlijk onvoldoende om een dergelijk centrum te runnen, ook al omdat het vrijwilligerswerk onder druk staat. Vrijwillige inzet is veranderd: de oprichters van Mozaïek leefden met hart en ziel voor hun vrijzinnig centrum en staken er meestal al hun vrije tijd in. Nu werken vrijwilligers eerder mee aan een specifiek project of een welomschreven taak en moet de beroepskracht voor het geheel zorgen, de netwerking tussen de vrijwilligers verzorgen, om zo het centrum een eigen identiteit te geven.  Vrijwilligers hoeven niet alles te doen en te kunnen: vergaderen, achter de bar staan, helpen bij onderhoud en klussen, beheer van het centrum, programmeren. Dat is niet langer houdbaar. Vrijwilligers willen zich engageren voor zeer specifieke doelen, waar een begin en een einde aan is en die grenzen moeten wij recepteren. Soms is het echt wel puzzelen.

Zoeklicht: Wat is voor jou vrijzinnigheid?

Erik: Kritisch maar geaard in het leven staan. Ik volg filosoof Marc Vandenbossche (recent nog te gast in Mozaïek) die stelt dat de mens is in de eerste plaats een lichamelijk en emotioneel wezen is. Wij moeten er ons bewust van zijn dat ons lichaam en onze emoties het verhaal kleuren dat wij ons zelf vertellen in onze omgang met onszelf, de andere en de wereld. Ratio is uiteraard ook belangrijk maar ik ga niet mee in de traditionele scheiding lichaam/geest, rede/emotie, …
Vrijzinnig zijn betekent voor mij bewust in het leven staan, zelf denken met een kritische blik op de samenleving en de politiek maar met een gezonde dosis mededogen voor de medemens. Ik hou niet van hardliners of pilaarbijters. Ook verantwoordelijk en voorzichtig omspringen met de wereld is (meer dan ooit) belangrijk. Goed rentmeesterschap mag geen loos begrip zijn. De wereld moet nog een eeuwigheid mee…

Interview door Lieven Vanhoutte, Bron: Tijdschrift Zoeklicht editie november-december 2017