header background image
 


Hervé Depreeuw - in de kijker

 

 

Wie is Herve Depreeuw?

Hervé Depreeuw: Ik ben een kleinzoon van Charles Depreeuw, voormalig gewestelijk ACvakbondssecretaris van Vlamertinge. Afkomstig van Jabbeke, volgde ik middelbaar onderwijs in het KTABrugge om een diploma boekhouden te behalen in Gent. Na enkele jaren in de privésector, werkte ik drie jaar in het Vrijzinnig Ontmoetingscentrum te Vilvoorde. Daar heb ik de basis gelegd voor mijn overtuiging dat de vrijzinnigheid optimaal kan uitgedragen worden via het engagement
van de lokale gemeenschap. Met vallen en opstaan, zo hoort dat bij vrijwilligers. Ik heb een diep respect voor het engagement van die praktische humanisten die het allemaal zelf doen en organiseren. Ik kwam laatst in Zomergem en daar hangen allemaal wasknijpers aan een lint. De persoon die binnenkomt neemt de wasknijper met zijn naam op en knijpt die op zijn glasvoet. Zo kent iedereen direct de naam en kan iedereen een andere onmiddellijk met zijn voornaam aanspreken, dat zorgt voor gezelligheid en creativiteit. Ik geloof dat het marktgerichte model van vrijzinnige ontmoetingscentra een zeer sterk signaal van actieve vrijzinnigheid in de praktijk brengt. Zelf bak ik geen wafels, maar ben ik nog steeds lid van de raad van bestuur van het Vrijzinnig Centrum Vilvoorde, lid van IMD West-Vlaanderen, voorzitter van de Federatie van Vrijzinnige Ontmoetingscentra, voorzitter van het financieel atelier van UVV.

.



Veel bestuursfuncties, kan je daarmee iets veranderen?

Hervé Depreeuw: Grote dingen, neen. Kleine dingen: Ja. Overal leg ik uit wat de meerwaarde is van het model en de werking van de Vrijzinnige Ontmoetingscentra. Maar we hebben twee oren en één tong. Het is meteen belangrijk te luisteren en te onderzoeken hoe het model van de Vrijzinnig centra werkt, wat geeft ons dat goede gevoel in de vrijzinnig centra? De erkenning van de Vrijzinnigheid en de wet gaven ons heel wat financiële middelen om de vrijzinnigheid te promoten. Dat is positief.
Wat echter niet altijd positief is, is de manier waarop die centen verdeeld worden. Vandaag is het zo dat vrijzinnigen in een IMD (Instelling voor Morele dienstverlening) oordelen over andere activiteiten die vrijzinnigen organiseren. Met andere woorden, een aantal leden van een IMD moeten zich uitspreken of activiteiten die door vrijzinnigen georganiseerd worden beantwoorden aan de criteria van morele dienstverlening. Deze manier van werken kan anders. Ik ben voorstander van een enveloppenfinanciering per vrijzinnig ontmoetingscentrum, waarbij de lokale vrijzinnige gemeenschap de knoop doorhakt over welke initiatieven er onder die vlag ingericht worden. Dit sluit dichter aan bij mijn visie op humanisme. Ik geloof in de vrije markt, met zijn positieve en negatieve punten, maar vanuit een visie die het veldwerk meer dan 100% ondersteunt.

Hoe vul jij je vrijzinnige overtuiging in?

Hervé Depreeuw: In de eerste plaats: “de gedachten zijn vrij”, zowel voor mijzelf als voor de anderen. Vrije meningsuiting is zeer belangrijk. De getuigen van Jehova mogen in alle ernst verkondigen dat de wereld plat is, ik heb daar geen probleem mee. Anderzijds heb ik er wel problemen mee als ik zie hoe Moslimgelovigen in de Brusselse regio in sommige wijken een soort sharia installeren. Kledingvoorschriften voor mannen en vrouwen, of het verbod om alcohol of varkensvlees in een restaurant op te dienen. Zo ken ik een Chinees restaurant dat de raad kreeg om geen varkensvlees op de kaart te zetten. Dat kan voor mij niet. Als West-Vlaming hebben we lang de onderdrukking van het katholicisme meegemaakt in verband met thema’s als abortus, euthanasie en de discriminatie van sommige groepen. Men moet mij niets opleggen in verband met mijn voeding of mijn seksueel gedrag.
Naast de principes van vrij onderzoek ligt als federaal ambtenaar de scheiding van kerk en staat mij nauw aan het hart. Ik ben tegen ambtenaren die, hoe dan ook, hun godsdienstige overtuiging willen etaleren. Geen hoofddoek, geen keppeltje, geen kruisje maar ook geen fakkel.
Ik ben een hardcore atheïst: er is geen god. Men moet mij het bestaan bewijzen en dat kan niemand.
Toch wordt de vrijzinnigheid grijs. Met mijn 46 jaar behoor ik tot de jongeren. Wij moeten dringend werk maken van de verjonging. Misschien moeten we zelfs aanvaarden dat de mayonaise geen 100% pakt. Maar wij moeten eerst nadenken en discussiëren hoe we het tij kunnen keren.
Daarom een oproep: op zaterdag 8 juli organiseren we een congres over de plaats van de jongeren in de vrijzinnige werking. (Academische zitting tijdens het Festival van de Zeegeus 2017) Draag uw steentje bij aan het bouwwerk!

 


Bron: Tijdschrift Zoeklicht - Interview door Lieven Vanhoutte