header background image
 


Kenny Dubois

 
Kenny, vertel eens iets over jezelf?
Mijn naam is Kenny Dubois (27 jaar). Ik behaalde mijn diploma bachelor secundair onderwijs - NC Zedenleer/Economie in 2011 aan Howest, campus SJS. Zelf heb ik het geluk gehad om onmiddellijk na mijn studies in het werkveld te treden. Weliswaar niet in het secundair onderwijs, maar in het lager onderwijs. Zo begon mijn ervaring in MPI De Vloedlijn en Basisschool Aan Zee (BAZ). De jaren nadien deed ik nog ervaring op in o.a. MPI De Viertorre en BSGO De Vierboete. Ondertussen sta ik met nog al 6 jaar met evenveel enthousiasme, hoofdzakelijk, in het buitengewoon lager onderwijs.

Waarom koos je voor het vak NCZ?
Ten eerste het kritisch kijken naar onszelf en de wereld; zelf op onderzoek gaan en antwoorden vinden op de vragen die je hebt; op dit door te geven naar je leerlingen. Ten tweede de diverse keuze aan thema’s en vrijheid die je als leerkracht hebt vind ik een absolute meerwaarde. Je speelt in op de interesses van je groep en probeert je lessen, in de mate van het mogelijke, aan te passen aan die vragen. Dit verandert elk jaar, waardoor je ook jezelf opnieuw blijft uitdagen en elke keer opnieuw zoekt naar diverse werkvormen en methodes om je lesdoelen aan te brengen. Hoe sta jij tegenover alle veranderingen inzake levensbeschouwelijke vakken op school?
Verandering is nooit gemakkelijk. Een goede omkadering, begeleiding en professionalisering kan de verandering naar een interlevensbeschouwelijk vak goed faciliteren. Zonder goed na te denken iets te willen veranderen en gaandeweg zien hoe het uitpakt lijkt mij geen optie. Ook voor levensbeschouwelijke vakken is dit zo. Belangrijke kanttekening bij deze verandering is het betrekken van alle actoren die beïnvloed worden, zoals leerkrachten, inspecteurs…om samen een krachtige visie te ontwikkelen. Anders zou ik het wel jammer vinden om de wereld vanuit een humanistische bril te bekijken te zien verdwijnen. Als het al “verdwijnen” zou zijn, want het is nog steeds wat koffiedik kijken. Een klas dient een weerspiegeling te zijn van de maatschappij, ook mijn vak moet mee evolueren. Een diverse maatschappij verwacht om dingen vanuit verschillende perspectieven te zien. Maar dan ben ik wel voorstander om de ideologie en waarden van niet-confessionele zedenleer als sterke fundamenten te integreren in het interlevensbeschouwelijk verhaal.

Wat wil jij je leerlingen meegeven in de les?
Ik wil hen vooral meegeven dat het goed is om kritisch te denken en dingen af te toetsen om zo je eigen identiteit te ontwikkelen. Je eigen keuzes, zijn jouw keuzes. Ook al zijn ze 6, 10 of 13 jaar. Op elke leeftijd maken ze keuzes die hun identiteit zal vormen. Die keuzes zijn niet altijd even kritische of doordacht. Ook dit probeer ik de leerlingen mee te geven. Fouten maken is niet erg. Iedereen maakt fouten, ook de leerkracht soms eens. Er zullen keuzes zijn, waarvan je eerst dacht dat ze goed was, maar na verloop van tijd merk je dat het misschien toch geen zo’n goeie beslissingen was. A.d.h.v. rollenspellen, inlevingsoefeningen, enz. probeer ik deze vaardigheden en attitudes de leerlingen bij te brengen.

Onze samenleving is boeiend, maar ook uitdagend, zeker voor kinderen en jongeren. Hoe maak je hen wegwijs in die voortdurende stroom van nieuwe dingen die op hen afkomt?
Onze samenleving evolueert razendsnel. Het kind die ik vroeger was, is niet meer het kind die het vandaag zou zijn. Daarom is het belangrijk om in een vak als zedenleer, mee te gaan met die stroom nieuwe zaken. Ikzelf volg de actualiteit en probeer mezelf een aantal keer op een jaar bij te scholen.
Het is dan ook nuttig om steeds te vertrekken vanuit de leefwereld van de kinderen en goed te luisteren als ze iets vertellen, al is het over hun weekend of een cadeau die ze voor hun verjaardag willen. Je weet nooit dat je het later in een les kan gebruiken. Ook tijdens toezichten op de speelplaats kan je al veel observeren. Neem nu de rage rond de ‘fidget spinners’. Leerlingen weten dat het een stuk speelgoed is je het in verschillende kleuren en vormen hebt, maar weten ze de achterliggende gedachte erachter? Waarschijnlijk niet. Dan vind ik het mijn plicht om hen dit uit te leggen. Dan grijp ik naar het thema ‘speelgoed’, en probeer ik de leerlingen wegwijs te maken in de evolutie van speelgoed. Want het idee om een speelgoed te laten ‘tollen’ op je vingers is niet nieuw natuurlijk.
In die voortdurende stroom van nieuwe dingen is het soms moeilijk om door het bos de bomen te zien. Er wordt veel informatie op de leerlingen afgevuurd, maat het is niet altijd duidelijk wat betrouwbaar en onbetrouwbaar is. Daarom probeer ik, d.m.v. een ‘thema van de maand’, de kritische blik van de leerlingen te verruimen. Ze geven zelf een aantal onderwerpen of thema’s op. Dit kan gaan over iets ze thuis gehoord hebben, of gezien hebben in ‘Karrewiet’ (jongerennieuws), of … Iets dat hun interesse aangewakkerd heeft. Dit probeer ik dan in te kaderen in het leerplan.

Hoe integreer jij de interlevensbeschouwelijke dialoog in je lessen?
Samen met mijn collega’s RKG, IG, PEGO en OG werken wij elk jaar een aantal lessen rond een bepaald thema, die we samen afgesproken hebben. We geven dan samen les, maar ook buiten deze momenten is er ruimte voor interlevensbeschouwelijk dialoog in de lessen zedenleer. Leerlingen hebben hier ook vragen over, dan kun je dit niet uit de weg gaan. Als leerkracht, levensbeschouwelijk of niet, moet je hierover open kunnen praten. We leven in een diverse samenleving. Leerlingen hebben hier vragen zover, zoals waarom sommige hun vriendjes vasten en zij niet. Of waarom sommigen hun lentefeest vieren en anderen hun communie of andere kinderen dan weer niets. Of wanneer het suikerfeest is, hun vriendjes dit vieren en zij niet. Of …. Ook al heb je een andere les voorbereid, op dat moment laat je die even voor wat het is, en maak je plaats voor interlevensbeschouwelijk dialoog in je les.

Van waar komt jouw vrijzinnig engagement?
Ikzelf ben van kinds af opgevoed vanuit het vrijzinnig humanisme, deed m’n krokusfeest (toen ‘mini-lentefeest’) en feest vrijzinnige jeugd (toen ‘lentefeest’). Mijn volledige schoolloopbaan volgde ik niet-confessionele zedenleer. Als kind zat ik ook een vrijzinnige jeugdbeweging, De Rode Valken. Het vrijzinnig engagement is me dus al met de paplepel ingegeven.

Wat betekent dat voor jou, vrijzinnig zijn?
Vrijzinnig zijn betekent voor mij: Een open, eerlijke en kritische blik. Dit zowel op de wereld als naar jezelf. In discussie durven treden met anderen en deze niet uit de weg gaan.

Wat zou je op professioneel vlak nog willen verwezenlijken?
In de toekomst zou ik graag lector aan de lerarenopleiding zijn. Jonge vrijzinnigen opleiden om die kritische blik op het leven, het proces van zelfontplooiing die een leerling meemaakt, … mee te geven. Hen het enthousiasme meegeven die ikzelf als leerkracht heb en dit overbrengt in de lessen.
Bron: Tijdschrift De Sprokkel