header background image
 


Sinds enkele jaren staat het levensbeschouwelijk onderwijs opnieuw ter discussie. Onder impuls van de filosoof Patrick Loobuyck, verbonden aan de universiteit Antwerpen, steken er stemmen de kop op om de levensbeschouwelijke vakken te vervangen door een nieuw vak dat Loobuyck ‘LEF’ noemt.

Sinds de oprichting van het officieel onderwijs, worden de erkende godsdiensten onderwezen vanaf de basisschool in 2 uren levensbeschouwelijk onderricht. Oorspronkelijk werd hier naast het vak ‘niet-confessionele zedenleer’ ingevoerd. Dit vak diende neutraal te zijn voor kinderen van ouders die geen van de erkende levensbeschouwing aanhingen. Dit alles werd in 1988 verankerd in de grondwet van ons land. In de jaren ’80 van vorige eeuw kwam dit vak in de vuurlinie te liggen bij de ‘Getuigen van Jehova’. In 1985 velde de Raad van State het ‘arrest Sluijs’. Op basis van de inhoud van het vak n.-c. zedenleer besliste de Raad van State dat het vak geen neutraal vak was, maar vrijzinnig-humanistisch geïnspireerd. Kortom, zedenleer was ook een levensbeschouwing en geen neutraal vak. Door dit arrest konden mensen weigeren dit vak te volgen en kregen zo binnen het officiële onderwijs een vrijstelling. Getuigen van Jehova werden hierdoor zelf geen erkende godsdienst, maar ze werden wel vrijgesteld om de lessen van alle aangeboden erkende levensbeschouwingen te weigeren. Vanaf de jaren ’90 werd de invulling van n.-c. zedenleer toegekend aan de vereniging van humanistisch vrijzinnigen. Het spreekt voor zich dat voor vrijzinnig humanisten dit als een bekroning beschouwd werd van hun jarenlange strijd om erkenning.

Waarom LEF?

Volgens Loobuyck is er binnen onze diverse en geseculariseerde samenleving geen plaats meer voor levensbeschouwingen in het onderwijs. Godsdienst en levensbeschouwing behoren tot de privésfeer. Het vak LEF ziet hij als een middel om te werken aan sociale cohesie. Vandaag worden de leerlingen apart gezet in klassen volgens hun levensbeschouwing. Door de verschillende levensbeschouwingen daarentegen samen te zetten, zouden ze elkaars overtuiging opnieuw leren kennen en respecteren. Daarnaast werkt het vak aan belangrijke democratische waarden. Het kan niet meer dat er op school onderwezen wordt dat de wereld ontworpen werd door een god. Het kan ook niet meer dat op scholen de evolutietheorie in vraag wordt gesteld. Binnen het vak LEF dient er een deel van de les besteed te worden aan onderwijs over godsdienst in de plaats van godsdienstles.

Wat denken de godsdiensten van LEF?

Voor de verschillende erkende godsdiensten die hun vak onderwijzen in het officieel onderwijs (GO!) is het voorstel van het vak LEF onbespreekbaar. Voor de vertegenwoordigers van de katholieke godsdienst, die in het katholieke vrij onderwijs het alleenrecht hebben om hun eigen godsdienst te onderwijzen, is dit eveneens onbespreekbaar. Men ziet het binnen de katholieke godsdienst als een levensbeschouwelijke aanval op het katholieke geloof. Neutraal lesgeven over godsdiensten kan volgens hen niet. De leerkracht heeft ook een overtuiging en neutraal lesgeven over godsdienst is de geloofsinhoud bekijken door een vrijzinnige bril. Men vergelijkt het met les krijgen over de wereldgastronomie: de leerlingen kunnen de menukaart bekijken, maar mogen niet van het eten proeven. Ook voor de evangelisch protestantse gemeenschap is het vak LEF het onderwerp van discussie niet waard. Wie zou dit vak mogen geven? De leerkrachten n.-c. zedenleer die nu al lesgeven over godsdiensten vanuit een niet-godsdienstig standpunt? Of kan iedere leerkracht levensbeschouwing dit vak geven? Hoe kan je als gelovige neutraal je eigen levensbeschouwing doceren?

Wat denken de vrijzinnig humanisten over LEF?

Voor vrijzinnig-humanisten zou LEF als muziek in de oren moeten klinken. De wereld aanschouwen vanuit een bril waar de mens, en niet een god, centraal staat. Dit klinkt als de invulling van n.-c. zedenleer. Toch is er weinig eensgezindheid rond de vervanging van de levensbeschouwelijke vakken door het vak LEF. Laat staan de aanvulling van de levensbeschouwelijke vakken mét een vak LEF.

De eerste kritiek rond het vak is er één vanuit historisch oogpunt. Humanistisch vrijzinnigen hebben jaren moeten vechten voor de erkenning van hun vak. N.-c. zedenleer is en mag vrijzinnig-humanistisch ingevuld worden. Een tweede punt van kritiek is dat de invulling van het vak LEF naadloos aansluit bij zedenleer. Het ‘vrij onderzoek’ staat centraal. Hoe kan men dat dan neutraal gaan doceren? ‘Vrij onderzoek’ is de kern van het vrijzinnig humanisme. Het vak LEF onderschrijft de idealen van de verlichting; het vertrekt van een seculiere maatschappij die bij de beschouwing van de wereldse zaken de mens centraal plaats en niet God. Het neemt het vrije wetenschappelijk onderzoek als de toetssteen voor de werkelijkheid. Deze zaken zijn ook de uitgangspunten van de inhoud van het vak n.-c. zedenleer. Het vak LEF is dus al bij voorbaat verdacht en ondermijnt de kans dat het ooit in alle netten zal ingevoerd worden. Een derde praktisch punt van kritiek is: wat met de duizenden leerkrachten zedenleer? Deze leerkrachten zijn een grote drukkingsgroep binnen de georganiseerde vrijzinnigheid. Mogen zij dit vak geven? Loobuyck pleit in elk geval voor een aparte opleiding voor leerkrachten LEF.

Binnen de vrijzinnigheid zijn er uiteraard ook bepleiters van het vak LEF, maar dat de invoering van het vak niet voor morgen is, staat als een paal boven water. De grondwet dient er nl. voor aangepast te worden. Toch ziet het er niet naar uit dat de discussie rond levensbeschouwelijke vakken stil zal vallen. Wordt vervolgd…(Peter Vanthuyne)

Auteur: Peter Vanthuyne- bron: tijdschrift Rechtstreeks

terug naar het overzicht