header background image
 


Buitenlandse pers lezen, zo kom je nog eens zaken tegen die je anders minder vaak zou aantreffen. Zo trof ik onlangs een interessant artikel aan in een Britse online krant dat het onderwerp multi culturaliteit in zijn verschillende facetten aansneed en waarin nogal uitgebreid en ongezouten de mening van een modern, maar conservatief (lees: hedendaags centrumrechts en behoudsgezind) filosoof naar voren werd gebracht. De man heet Roger Scruton en is een man met naam en faam in de middens. Scruton houdt zich vaak bezig met de onderwerpen migratie en multi cultuur.

De algemene tendens van zijn mening is uiteraard, aangezien zijn strekking, nogal negatief tegenover multi culturaliteit zoals we dat vandaag de dag kennen. Hij ventileert zijn mening inzake immigratie van culturen die moeilijk tot helemaal niet (meer) te verzoenen zijn met de Westerse waarden en normen. En in de algemene tijdsgeest waarin terreur aan onze voordeur dagelijkse kost is geworden, is dat ook helemaal niet vreemd noch onbegrijpelijk. Maar hij maakt weliswaar een aantal interessante bemerkingen.
 
Multiculturalisme was volgens hem ooit een mooi ideaal, maar is onder invloed van allerhande factoren verworden tot een discussie die zich nog bijna louter met religie en dan met name met de islam is gaan vereenzelvigen. Ooit was het een idee, en misschien enigszins een utopisch idee, waarin mensen van volledig verschillende herkomst en culturele achtergrond elkaar konden ontmoeten, beïnvloeden en samenleven, en waarbij wederzijdse uitwisseling van ideeën, gedachten, kunst enz. elkaars cultuur konden verheffen naar een hoger niveau en elkaar konden verrijken. Waarbij door ontmoeting van ‘wij met zij’ een ‘ons’ kon worden gecreëerd dat alle ideeën in een eclectisch geheel verenigde. De realiteit stelt hem en vele anderen met hem nu, in het heden, echter teleur.

Nu is het ideaalbeeld herschapen tot een utopie, met name (volgens Scruton) door de vereenzelviging van multi culturaliteit met massa-immigratie van voornamelijk mensen met een islamitische achtergrond. Wat op zijn beurt, samen met de opstanding van aan de islam verbonden geweld en terreur, op zijn beurt ook nog eens vernauwd wordt tot een clash van culturen tussen oost en west. Van harmonieus samenleven is op die manier nog slechts weinig sprake. Het is een kwestie van strijden geworden tussen de rechten van de ene groep tegenover die van de andere groep. Er is geen ‘ons’ gegroeid, enkel een verdere polarisering van de groep ‘wij’ tegenover ‘zij’.

De cultuur, en dan met name de taal, literatuur, kunst, het culinaire en alles daaromheen, zijn zaken die ons kunnen verrijken. De massa mensen die daarbij komen kijken zijn volgens Scruton in zekere zin onnodige ballast. Het contact met de feitelijke cultuur, daar heb je de massa mensen niet voor nodig. Het bestuderen van bijvoorbeeld de Arabische taal en zijn letterkunde is volgens hem van grotere waarde dan de aanwezigheid van mensen van Arabische herkomst onder ons Europeanen.
Scrutons ideeën vinden vanzelfsprekend sympathie bij de politiek rechtsdenkenden en geven enigszins vrijgeleide, want ze staven hun gedachtegang in duidelijke mate. Maar de huidige tijdsgeest en het klimaat van onveiligheid dat heerst, zorgt voor steeds meer bijval voor zijn manier van denken.

Zijn we in een fase aanbeland waarin we in plaats van streven naar het utopisch ideaal, door angst en afkeer zijn beginnen twijfelen aan de haalbaarheid van het mooie idee van verheffing van het eigene naar een hoger, rijker geheel? Hij stelt echter in een adem ook dat het aankaarten van deze problematiek ogenblikkelijk als racistisch, rechts en populistisch wordt afgedaan, en op die manier elk debat wordt vermeden en afgeblokt. Hierdoor kan zelden tot de essentie van de problematiek worden gegaan.
Het is echter intussen voor velen vijf voor twaalf geworden. Het geloof en vertrouwen in de haalbaarheid van het multiculturele ideaal is bij velen verdwenen. Misschien is het hoog tijd om het debat volledig te openen en de ideeën opnieuw op tafel te leggen. Is het ideaal nog houdbaar, moeten we de aanpak veranderen, of is het ideaal ten dode opgeschreven omdat blijkt dat het niet haalbaar is? Enkele ernstige vragen voor de toekomst, voor u, en voor mij.

uit Rechtstreeks 61, een vervolg:

Scruton wijst op de grote waarde van de intellectuele bagage van de bevolkingsgroepen die onze cultuur binnenkomen, maar wijst tegelijk de grote mensenstromen die ermee gepaard gaan af als totaal overbodig. M. i. kan men echter een cultuur nooit ten volle begrijpen of waarderen zonder het echte contact met de mensen. Net zoals je een taal ook het beste leert door ze te spreken en niet door het lezen van een boek. Je leert een taal als het ware optimaal door een lief te hebben dat die taal spreekt.

Het is echter ontegensprekelijk zo dat onze Westerse, seculaire cultuur nu eenmaal meer compatibel is met de ene dan met de andere ‘exotische’ vreemde cultuur. Wars van het taalaspect. Onze normen en waarden, hoe moeilijk die ook concreet te definiëren zijn, sluiten niet zomaar naadloos aan bij die van om het even welke andere bevolkingsgroep. Daarom is het ook essentieel dat er voorafgaand absolute duidelijkheid moet zijn over wat verwacht wordt van wie naar hier komt. Hiermee bedoel ik helemaal niet dat er sprake moet zijn van assimilatie, maar wel dat er een intentie moet zijn om zichzelf op te leiden en grondig kennis te nemen van de cultuur van het land waarin men is beland. En dat men bereid is die zaken ook te aanvaarden. Dan pas kan er sprake zijn van participatie; dan pas leidt het pad naar een geslaagde integratie.
 
Helaas is er in Vlaanderen een probleem met dat participatorische aspect. Dit wordt elke keer opnieuw duidelijk bij publicatie van nog maar eens een onderzoek over de tewerkstellingsgraad van allochtone bevolkingsgroepen. Vlaamse werkgevers zijn niet snel geneigd om Mohammed, Ahmed of Osama in dienst te nemen; ze zijn vaak nog terughoudender tegenover Samira, Fatima of Aicha. De redenen lijken evident – maar is dat zo? -, en zorgen voor een vicieuze cirkel. Vooroordelen leiden tot veroordelen, want helaas maakt onbekend onbemind. Het wordt het verhaal van de kip en het ei. Het noodzaakt de overheid quota op te leggen en controles hierop uit te voeren. De noodzakelijke wijziging in de afwijzende Vlaamse mentaliteit blijft hierdoor dan ook uit omdat een opgelegde maatregel nooit het gewenste effect kan bereiken. Met dwang bereik je blijkbaar alleen het tegenovergestelde van wat je beoogt.
 
Dat het gunnen van kansen op vlak van opleiding en tewerkstelling essentiële sleutelfactoren zijn om tot een succesverhaal te kunnen komen, daar hoef je nog maar weinig mensen van te overtuigen. En toch verloopt het o zo stroef. Zelfs al zitten we in een situatie die onomkeerbaar is en hebben we de morele plicht langs beide kanten om er het beste van te maken. ‘Ze’ zijn hier en ‘ze’ blijven hier, en we kunnen er maar beter vroeg dan laat aan wennen.

Het utopische multi-culti verhaal waarin verschillende culturen in een geest van volkomen harmonie samenleven is op dit moment niet van toepassing en wellicht volkomen achterhaald. En is misschien zelfs niet wenselijk. Het verleden en het heden tonen aan dat, waar ze zich ook bevinden in de wereld, mensen met een gedeelde achtergrond zoeken mensen met diezelfde culturele achtergrond op. Ze gaan in dezelfde buurten wonen, hun kinderen komen in dezelfde scholen terecht, ze bezoeken dezelfde winkels, beleven samen hun godsdienst… De uitdaging vandaag bestaat erin om een werkbare oplossing te vinden; om een grotere inclusie mogelijk te maken en een initiële i.p.v. volkomen harmonie te zoeken. Een gedeelde basis voor verbondenheid in een model waarin de beperkingen met respect en begrip worden benaderd, maar waarin evengoed alle troeven ten volle worden uitgespeeld. Dát verhaal moeten we opnieuw positief maken; er is geen andere optie.


Auteur: Xavier Leroy bron: tijdschrift Rechtstreeks editie 60 & editie 61

terug naar het overzicht