header background image
 


“Hoe zou jouw afscheidsplechtigheid er mogen uitzien?”, vroeg de vrijwilliger die geregeld afscheidsplechtigheden verzorgt. Goede vraag eigenlijk, en ik moet toegeven dat ik daar nog nooit over nagedacht had. Wat misschien wel een beetje vreemd is, voor iemand die al 14 jaar vrijzinnig humanistische afscheidsdiensten verzorgt als favoriet onderdeel van de job. (Dat zoiets een favoriet onderdeel van de job is, is misschien ook al voer voor nader onderzoek.)

Maar hoe er van mij afscheid genomen mag worden? Maakt niet uit, eigenlijk. Dat het een vrijzinnige dienst wordt, dat ligt voor de hand, maar of ze mij daarna in een muur op het kerkhof plaatsen, of op de dressoir in de living zetten, dan wel uitstrooien of in een kist onder de grond steken: mij om het even. ’t Zijn de achterblijvers die moeten inschatten wat ze zien zitten, zelf heb ik geen wensen op dat vlak. Misschien dat mijn familie voor de meest groene oplossing gaat, als ze mijn ecologisch bewustzijn een beetje willen in ere houden? Ik zal het niet weten alleszins.

En verder? Mensen zeggen me soms, wanneer ik de dienst van hun overleden dierbare voorbereid: “Maar het moet niet te triestig zijn hoor.” Ik repliceer daar altijd op: “Het kan niet anders dan triest zijn.” Natuurlijk: ik probeer om het mes niet extra diep in de wonde te steken, maar het is een illusie te denken dat een afscheidsplechtigheid niet droevig is. En vanzelfsprekend is er een groot verschil tussen een negentiger die op een serene manier is overleden na een rijk gevuld leven, en een kind dat na een wrede ziekte uit het leven is weggerukt – om nu maar eens twee extreme voorbeelden te noemen. Maar verdriet is er sowieso altijd, zelfs al was de band niet eens zo denderend. En dat mag ook, denk ik dan. Soms heb ik het een beetje gehad met onze ‘vind ik leuk’-samenleving, waarin weinig ruimte is voor al die andere emoties die sowieso ook deel uit maken van het menselijk bestaan: verdriet, ontgoocheling, boosheid, gemis, schuldgevoel, noem maar op.

Dus oké, mijn plechtigheid mag gerust een beetje triestig zijn, laat die de aanwezigen maar een zakdoek bovenhalen. Is het niet om verdriet om mij, dan wel om andere herinneringen die op dat moment bovenkomen. Welke aanwezigen, trouwens?
Veel mensen blijken daar serieus over na te denken. Ik merk dat er de laatste jaren, meer dan daarvoor, geregeld afscheidsplechtigheden in intieme kring worden georganiseerd. Soms zijn die plechtigheden niet eens te vinden op de website van de begrafenisondernemer, en al zeker staan de datum en locatie er niet bij als dat wel het geval is. Ik heb hier ook eigenlijk geen mening over: wie wil komen naar mijn begrafenis, doet dit hetzij omdat ik iets betekend heb voor die persoon, hetzij om mijn gezin of familie te ondersteunen. Dus waarom zouden die mensen er niet bij mogen zijn? En komen er wat doodsprentjesjagers, ach wel, dat ze er maar gelukkig mee zijn. Er zijn veel te veel dingen in mijn leven waarover ik me druk maak, welnu, dit is er echt géén van. (Geen doodsprentjes is trouwens ook oké, en milieuvriendelijk eigenlijk.)

Oké, de levensbeschouwing zit goed, de zakdoeken worden vol gesnotterd, en elkeen die mij of mijn geliefden genegen was, krijgt een plekje in de zaal. Wat is er nog nodig? Muziek! Muziek schept de ideale toon, en het is een feit, ik ben wel een muziekliefhebber… maar welke muziek speel je af op een afscheidsplechtigheid? Als mensen me die vraag stellen, antwoord ik steeds: “Wat jullie ook willen, het is allemaal goed. Jullie kunnen kiezen voor nummers die voor jullie veel betekenis hebben, of die voor de overledene belangrijk waren. Maar je mag ook gewoon kiezen voor iets dat je mooi, of passend vindt.”
Wel, dan is er een heel scala van nummers waaruit mijn familie kan kiezen. Maar misschien is het niet aangeraden om mijn smaak te volgen, want jodelliedjes uit The Sound of Music, en mijn favoriet Iron Maiden nummer (Infinite dreams, voor de liefhebbers) dat meer dan 6 minuten duurt, gaan misschien snel vervelen. En al kan ik zelf 20 keer na elkaar luisteren naar ‘Moeder Cordula’ van Willem Vermandere, liefst in de live versie, dus met de volledige uitleg erbij: ook dit is misschien niet ideaal in de context.
Dan maar ‘The River’ van Elbow: zowel qua tekst als qua sfeer uitermate geschikt.

I walked with the river, in kind of a dream
hand in hand, the all knowing river and me
to the clamour of rushes, and deeply bowing trees
and drunk making blossom, that blushed to be seen

I told him my sorrows and broken down dreams
confessed every lie, replayed every scene
He openly wept as he listened to me
and then with the sun in the west, he showed me the sea

En dat ze voor de rest maar zelf kiezen wat ze zelf willen. Goed, dat is dan ook al geregeld, dat gaat hier bijzonder vlot zeg! Mijn nabestaanden kiezen ook zelf of ze foto’s willen projecteren of niet. Zelf vind ik dat eigenlijk wel mooi, wanneer tijdens de muziek wat beelden worden getoond. Foto’s hebben we thuis alleszins in overvloed, netjes geklasseerd op de laptop, volgens thema, en op datum.

Ha, da’s zeker al een inhoudelijk iets dat ze over mij kunnen vertellen: Lieve hield van fotoalbums maken. Faits divers zijn er à volonté: een zware cola light verslaving, hield nauwkeurig een lijstje bij met alle boeken die ze ooit las, kon nooit genoeg kamerplanten om zich heen hebben, had weinig tot geen geduld, behalve om een puzzel van 1.000 stukken te maken, vond een ritje op de télé siège van de Zwarte Berg naar de Rode Berg al een toppunt van dapperheid.

Mensen lijken dergelijke faits divers soms niet zo belangrijk te vinden, terwijl ik net vind dat die helpen om een volledig beeld te schetsen over een mens. Wat me ook opvalt, is dat het veel gemakkelijker blijkt om over de loopbaan van de overledene te praten, dan over zijn karakter. Een opsomming van alle werkgevers die iemand heeft gekend, is duidelijk eenvoudiger dan vertellen hoe ze was als echtgenote, als moeder, als grootmoeder.

Nochtans is het leven gelukkig zoveel meer dan enkel onze job, maar het blijkt niet zo gemakkelijk te zijn om dat allemaal te verwoorden. Wat ik wel snap hoor, want daar zit je plots bij een wildvreemde, amper een dag nadat je geliefde is gestorven, je hoofd tollend van alles waaraan je moet denken, en doe daar maar eens je hele verhaal. Vertellen over een job is dan net ietsje simpeler, en veiliger, dan iemands karakter beschrijven. Ik probeer mensen dan voldoende gerust te stellen; dat ik voor ogen heb wat zij voor ogen hebben: een eerlijk, authentiek en mooi eerbetoon aan de overledene.
Want een eerbetoon, daar gaat het in wezen uiteindelijk wel om.

Op afscheidsplechtigheden hangen we nooit de vuile was uit, al wordt ook niemand heiliger gemaakt dan hij of zij was. Dus ik hoop dat mijn nabestaanden het volledige plaatje durven schetsen. Mijn kinderen mogen dus zeker zeggen: als mijn moeder in een slecht humeur was, oh boy, dan moest je maken dat je geen vonkjes gaf die aanleiding gaven tot de totale ontploffing, en wat kon ze toch zagen telkens ze verse lakens moest leggen op de bedden. Maar hopelijk herinneren ze zich ook hoeveel keer ze mochten helpen taarten bakken en daarbij meestal de afwas ontsprongen; hoe ik wekelijks met twee fietszakken vol boeken en strips terugkwam van de bib en hoe mild mijn reactie was op mindere rapporten op het zoveelste gebroken glas of op de zoveelste met verf besmeurde trui. Ik hoop ook dat ze gaan zeggen: “We hebben veel gesakkerd op onze moeder toen ze ons bijvoorbeeld door de regen toch de fiets op joeg, maar daardoor hebben we ook leren op eigen benen staan. Misschien hoorden we haar opmerkingen niet altijd even graag, maar het leerde ons wel om kritisch naar onszelf te kijken, en dat heeft ons vooruit geholpen.”

Ik hoop vooral dat ze gaan beseffen dat ik ook maar mijn best heb gedaan, met vallen en opstaan, soms boenk erop en soms knal ernaast. Maar laat ons vooral hopen dat ze nog niet meteen zo’n afscheidsplechtigheid moeten regelen. Laat mij maar eerst alle feesten voor hen plannen, want ja, zo’n moeder ben ik natuurlijk ook. Komaan, en lach eens voor de foto, ’t is voor in het album hé! Lachen zeg ik, KOMAAN, LACHEN!


Auteur: Lieve Goemaere
Bron: tijdschrift Rechtstreeks

terug naar het overzicht