header background image
 


 

Het ontbijt wordt bij mij thuis klaargemaakt door iemand die vóór 8 uur al de vrolijkste banaan van de tros is, iemand die op dat uur al héél veel weet te vertellen, van het weer dat we die dag krijgen tot de actuele nieuwtjes uit de wereld, iemand die de energetische waarde van een vrachtwagenlading batterijen in zich draagt binnen de minuut na het opstaan.

Iemand is niet ik.

De ochtend is niet mijn time to shine. Opstaan doe ik pas nadat iedereen al beneden is. Met wat geluk kan er een ‘goeiemorgen’ van af, maar dat is niet zeker. Het liefst schuif ik in stilte aan de ontbijttafel, waar ik elke ochtend wat krachtvoer naar binnen werk. Steeds hetzelfde ontbijt: havermout, blauwe bessen, gesmolten zwarte chocolade, overgoten met ijskoude sojamelk. O wee als het eens anders is, een gewoontedier met een ochtendhumeur verstrooi je niet in haar routine. Dat is voor niemand een cadeau ’s ochtends vroeg.

Af en toe moet ik noodgedwongen zelf de ontbijtsleur op gang trekken. Zo stond ik op een ochtend achter het fornuis zeer boos te wezen op niets en niemand in het bijzonder, zonder reden op de koop toe, want zo gaat dat. Ik smolt een portie bittere chocolade. Met het thema van dit nummer in het achterhoofd zocht ik op de verpakking naar een label dat mijn gemoed kon sussen. Het moest toch Fairtrade chocolade zijn? Maar neen, niets dat daarop wees. Bij de blauwe bessen ook geen goed nieuws: die kwamen uit Chili. Wat had ik verwacht, in het putteke van de winter? Ah, daar de sojamelk, dat is toch goed, neen? Wel, het is hoe je het bekijkt. Het is plantaardig, en dus (in mijn ogen) beter dan gewone koemelk. Maar voor de enorme hoeveelheid soja die gekweekt moet worden, sneuvelen ook enorme hoeveelheden bos. Niet zo’n bewuste ontbijter dus. Niet Fairtrade, niet bio, niet ecologisch.

En toen ik er verder over nadacht: ’s middags, tussendoor, ’s avonds, geen van de maaltijden die ik eet is echt bewust samengesteld. Ik maak boodschappenlijstjes in functie van het aantal eters aan tafel, want koken voor twee is anders dan koken voor zes. Ik zoek uit wat er wel en niet graag gegeten wordt door het kroost, want je wil het niet meemaken: eerst met veel tijd en goesting een rode kool stoven, om dan te horen te krijgen dat rode kool BAH! EIKES! VIES! is. Tot zover denk ik na over wat er op tafel komt. Maar verder? Neen, ik pleit schuldig. Geen bewuste keuze voor vegetarisch of veganistisch eten (hoewel ik dat wél eet, graag zelfs, maar ik kies er nooit bewust voor). Geen bewuste keuze voor bio (hoewel we onze yoghurt bij de boer kopen, eerder uit gewoonte, en omdat we hem goed kennen). Geen chocolade van de Oxfam (want die van de Olifant vindt iedereen thuis gewoon lekkerder). Geen zelfgekweekte groenten (daar is plaats noch tijd voor). En geen water van de kraan (omdat een rare kronkel in mijn hoofd nog altijd denkt dat water uit een fles beter is).    


Auteur: Nele Deblauwe, vrijzinnig humanistisch consulent
Bron: tijdschrift De Sprokkel

terug naar het overzicht