header background image
 


‘Actief burgerschap of niet-confessionele zedenleer? Eindelijk werken aan dé toekomst!’

Auteur: Niels Lievens, leerkracht Niet-Confessionele Zedenleer Da Vinci Atheneum Koekelare

 
Vanaf januari 2017 is het GO! in enkele scholen van start gegaan met het pilootproject ‘actief burgerschap’, dat het samen leren leven concreet waar probeert te maken. Als leerkracht niet-confessionele zedenleer, maar vooral als leerkracht van en voor de toekomst, kan ik dit enkel maar toejuichen, meer nog; het is één van de beste pedagogische projecten in jaren! Eindelijk wordt het accent gelegd op de toekomst, eindelijk een stap in de richting die een echte meerwaarde zal zijn wanneer de leerlingen hun eerste zelfstandige stappen zetten in een multicultureel, geglobaliseerd en hobbelend maatschappelijk reliëf.

Burgerschap is eigenlijk een ander woord voor moraal of niet-confessionele zedenleer.
Bij het doornemen van de visietekst van het GO! omtrent het vak ‘Actief burgerschap’ kwam ik tot de veronderstelling dat ik dit als leerkracht niet-confessionele zedenleer al enkele jaren meegeef aan de leerlingen. Enkele belangrijke waarden die voorkomen in de visietekst blijken ‘kritisch nadenken’, ‘democratische waarden’, ‘informatie analyseren’, ‘nuanceren van meningen en het filteren van mediaverhalen naar relevantie en betrouwbaarheid’, ‘vrijheid tot ontplooiing’,… te zijn. Deze laatste waarde staat onlosmakelijk verbonden met de vrijheid van keuzes en dus het ondogmatisch denken en of zomaar accepteren wat er wordt rondgebazuind of wat we thuis leren. Bovenstaande waarden vormen net de pilaren van niet-confessionele zedenleer.

‘We willen leerlingen van jongs af aan zelfstandig en kritisch leren denken, zodat zij weerbaar zijn tegen groepsdruk en beïnvloeding van buitenaf, zodat ze hun eigen handelen en vooroordelen kritisch in vraag kunnen stellen, zodat ze keuzes leren maken over welke mens ze willen zijn. Enkel zo kunnen ze de wereld met een open geest verkennen’, staat als samenvattend geheel geformuleerd in de doelstellingen van de visietekst en lijkt mij eigenlijk een perfecte kopie van het vak niet-confessionele zedenleer. Het formuleert precies het unieke karakter van het vak tegenover elk ander vak, zelfs tegenover andere levensbeschouwelijke vakken.
Aangezien alle secundaire GO! scholen vanaf september 2018 in de vrije ruimte het vak ‘actief burgerschap’ voor 1uur kunnen inrichten, dringt er zich bij mij een tweede bedenking op. Het impliceert dat de school zelf de vrijheid heeft om hiervoor een leerkracht aan te duiden. Dit kan resulteren in een contraproductief resultaat. Het staat buiten kijf dat een kennis over de mensenrechten, het maatschappelijk reliëf en een gereedschapskist tot het kritisch denken een specifieke eis is. Laat staan het oordelen en de meningen van leerlingen nuanceren en hen dat ook nog eens zelf laten inzien. Het lijkt mij bijvoorbeeld contraproductief om een leerkracht met een opleiding godsdienst dit vak te laten doceren. Dit zou met veel waarden in conflict komen en leiden tot botsing met de visietekst.

Waarom is investeren in ‘actief burgerschap’, en dus moraal of niet-confessionele zedenleer een basisingrediënt van en voor de toekomst, en waarom het eigenlijk een verplichting zou moeten zijn in het curriculum.
Het allergrootste argument dat een vak als ‘actief burgerschap’ of moraal een verplichting voor elke leerling zou moeten zijn, is het argument van het alledaagse. Als een leerling na zijn secundaire carrière kiest om verder te studeren of net niet, worden ze beiden geconfronteerd met het feit van het alledaagse, namelijk met de huidige stand van maatschappelijke zaken, het huidige maatschappelijk reliëf. Verschillende culturen, andersdenkende mensen, botsende waarden en normen. Het is noodzakelijk om deze samenkomende elementen te bundelen en te integreren tot je zijn, om zo over te gaan tot een gepaste, respectvolle, humane en assertief kritische handeling en of gedrag. In vergelijking tot andere vakken –die behoren tot het verplichte curriculum- lijkt me de inhoud van een vak als actief burgerschap het meest relevant te zijn indien we kiezen voor de toekomst. Dergelijk vak niet verplicht maken lijkt me resoluut ‘neen’ zeggen tegen de realiteit.
Een ander belangrijk argument is dat er een enorme nood is aan waarden en normen die de multiculturele visie ondersteunen bij jongeren. Als we op een rationele, humane en tevens realistische houding volmondig ‘ja’ willen zeggen tegen de toekomst dan is het accepteren van een multiculturaliteit de meest logische keuze uit de verschillende socialisatieprocessen.
Misschien schept dit nu een kritische blik op de inhoud van het verplichte curriculum van het secundair onderwijs.

Een goede stap vooruit. Eindelijk terug de stap richting de visie die het kind centraal plaatst en ‘niet voor de winst’.
Volgens mij is het integreren van een vak ‘actief burgerschap’ of moraal (niet-confessionele zedenleer) alvast een goede stap richting de school van en voor de toekomst. Een school die zich niet langer baseert op illusionaire waarden als ‘tijd’ en ‘ontwikkeling’, een visie die ons
-vaak maatschappelijk opgelegd- verplicht om alles zo snel mogelijk en zo goed mogelijk te moeten voltooien. “Ik wil niet moeten zijn, ik wil kunnen zijn”, zou terug de ingesteldheid moeten worden. We dreigen nog al te vaak omgekeerd te denken.
De huidige maatschappij is er nu eenmaal een die bestaat uit diversiteit en niet uit kooien met daarin geconditioneerde papegaaien die we voederen met kant-en-klare leerstof, die ze dan moeten reproduceren en daarna zo snel mogelijk vergeten of niet eens in een praktische context kunnen plaatsen. Praktische leerstof, dat is de toekomst!
Zoals Martha Nussbaum zegt in haar boek Niet voor de winst, ‘we moeten onderwijs niet zien als gereedschap van het Bruto Nationaal Product’. Als we hierop blijven de focus leggen dan blijven we ons bezighouden met slechts een heel klein percent van de leerlingen.