header background image
 


Lentefeest: open of gesloten, ‘t is maar de vraag

Auteur: redactie Zoeklicht

 
Bij de jaarlijkse voorbereiding van het zoeklicht nummer van mei dat handelt over de lentefeesten of feesten vrijzinnige jeugd kwam telkens hetzelfde discussiepunt naar voor. Waarom wordt het feest beperkt tot kinderen die zedenleer volgen? Voor vele leraars zedenleer en voor diehard vrijzinnigen is dit een evidentie, voor anderen een open vraag of zelfs kritiek.  Van ‘behouden wat wij verworven hebben’  tot  ‘mee-evolueren naar een nieuwe samenleving’. Alsof het ene het andere zou uitsluiten. Alleszins is het zo dat die vraag emoties oproept, heftige soms. Wij zijn een ketting-e-mail gestart naar een 25-tal bekenden uit onze humanistische kringen , die de e-mail dan weer zijn gaan doorsturen naar andere bekenden. Tientallen reacties hebben  wij ontvangen en  ze waren van alle strekkingen maar allemaal waren ze zeer betrokken bij een levend alledaags humanisme.

In de gewone schrijfstijl zie je de mening van de redactie. In het rood krijg je een uittreksel uit de verschillende meningen die vrijzinnigen ons toestuurden. Sommige meningen bevestigen de tekst, andere spreken ze tegen. Vele meningen lopen uiteen en spreken elkaar tegen. Op het eind plakken we er nog de officiële visie van de inspectie onderwijs aan.

“Dit is iets dat niet in Zoeklicht moet gepubliceerd worden, dit zal een hetze veroorzaken”

Bij wijze van inleiding

“Wij krijgen soms het verwijt naar ons hoofd geslingerd dat we opener moeten zijn  naar leerlingen van een ander net. Het is niet onze bedoeling om intolerant te zijn, maar wel om een zo goed mogelijk feest te creëren met de leerlingen die in onze les zitten”.

In  ons land is er vrijheid van schoolkeuze. Iedere ouder moet zelf de school voor zijn of haar kind kunnen kiezen. Een school in de buurt  of in de buurt van het werk van een van de ouders. Een school van het gemeentelijk, gemeenschapsonderwijs of het katholiek onderwijs. Die vrijheid van schoolkeuze is niet absoluut en ook relatief. Zo zijn er bijvoorbeeld meer schoolgaande kinderen dan er schoolbanken zijn. Zo zijn er kamperende ouders voor de schoolpoort die hun kind per se naar die ene school willen sturen, maar waar er een beperkt aantal plaatsen zijn. Zo is er de tussenkomst van de regering die wil dat er een sociale mix is in alle scholen zodat er geen elitescholen zouden ontstaan vergeleken met studiebeursscholen. Om maar te zeggen dat de vrijheid van schoolkeuze evolueert en zich aanpast aan de wensen van de tijd en de veranderende maatschappij. Vrijheid van schoolkeuze houdt ook in vrijheid morele of geloofsovertuiging. In katholieke scholen wordt godsdienst onderwezen. In het gemeentelijk en gemeenschapsonderwijs wordt een aanbod van de meest gangbare godsdiensten  Protestants, katholiek, Islam gedaan en ook het aanbod zedenleer. In het vak zedenleer wordt specifieke aandacht gegeven aan de overgangsrituelen. In het eerste leerjaar is er het lentefeest. In het zesde leerjaar is eer het feest van de vrijzinnige jeugd. In de volkstaal worden die begrippen wel eens door elkaar gebruikt.

“De waarden waar we als vrijzinnigen achterstaan worden wellicht ook door een aantal gelovigen onderschreven, maar die waarden worden vooral tijdens de lessen zedenleer meegegeven”

De wereld evolueert natuurlijk. De ouderverenigingen voor de moraal organiseerden  de lentefeesten. Dergelijke feesten groeiden weliswaar wat verschillend naargelang stad of gemeente  naar een humanistisch verbond toe. De vrijzinnigheid verbreedde in organisatie. Met de komst van de “Huizen van de mens” werd de organisatie nog uitgebreid. Binnen dit pakket van evolutie had het lentefeest ook zijn rol. Na de tweede wereldoorlog stonden de hoogwaardigheidsbekleders iets meer centraal dan de kinderen zelf. Dit evolueerde naar een feest dat door de leraars zedenleer georganiseerd werd en de kinderen centraal stelde op hun feest, zowel in de voorbereiding als op het feest zelf. In navolging van nieuwe pedagogische inzichten konden de kinderen zelf de thema’s van hun feest bepalen en wie welke uitvoeringen naar voor bracht. Het lentefeest bleef zijn eigen koers volgen en maakte de verruiming naar de meer brede maatschappelijke context niet, alhoewel hun pedagogische aanpak indertijd vernieuwend was. De leraars “degradeerden” zichzelf tot begeleiders. Deze methode werd een succes en is wellicht ook een stimulans voor ouders om voor het gemeenschapsonderwijs te kiezen. Ook ouders van kinderen die geen zedenleer volgen vinden die visie en aanpak interessant en willen dat hun kinderen kunnen deelnemen. Vrijzinnigen hebben daar blijkbaar verschillende meningen over. Voor en tegen. Waar liggen de nuances ? Een poging tot overzicht. Zowel van de schrijver dezes als van individuele vrijzinnigen die ons hun mening doorstuurden


Een unieke en organische band

“Ik ben net zoals vele van mijn collega’s tegen het opentrekken van het feest. Het is een groeifeest voor kinderen van zedenleer die samen met hun leerkracht tot stand komt”
“Indien ze het lentefeest opentrekken zal ook daar een normvervaging plaatsvinden en zal de essentie en betekenis van het lentefeest volledig de mist in gaan”.
“Misschien kunnen we onze vrijzinnige waarden dermate verwateren, dat er niets meer van overblijft”

Vele reacties benadrukken de unieke en specifieke band tussen de lessen zedenleer en het lentefeest / feest vrijzinnige jeugd. Het ene vloeit bij manier van spreken organisch uit het andere voort. Waarden worden hier uitgedragen. De eigenheid van de vrijzinnigheid uit zich in dit overgangsritueel. Dit is nu echt eens iets wat ons typeert! En wat ons typeert moeten wij ook benadrukken. En wat specifiek is voor onze waarden is van ons. Wie kiest voor deze waarden kiest dan ook automatisch een school voor zijn kinderen die die deze waarden inhoudt en dat is het gemeenschapsonderwijs en het gemeentelijk onderwijs. Wie niet kiest voor het gemeenschapsonderwijs moet er zich van bewust zijn dat hij door die keuze af ziet van het lentefeest of het feest vrijzinnige jeugd. Als je kiest voor een katholieke school houdt dit automatisch ook in dat je kiest voor katholieke communie en niet voor lentefeest. Enige consequentie wordt dan ook vereist.  De lerarenfierheid speelt ook een rol, vele leraars en leraressen nemen het niet dat ouders hun “neus ophalen” voor het gemeenschapsonderwijs en het vrije onderwijs beter vinden voor hun kind  maar hen dan wel “een danske” komen laten doen op dat gezellige lentefeest. Een beetje komen shoppen in onze winkel die zij anders voorbijlopen. Ook typisch is dat de ideologische opdeling tussen katholiek en vrijzinnig in vele opinies op scherp gezet wordt. Wij tegen zij. De katholieken tegen de vrijzinnigen. De schooloorlog is niet veraf in deze discussie.

“De feesten worden voor een groot deel voorbereid in de lessen en indien daar “vreemde” kinderen bijkomen die de leerkrachten niet kennen en die enkel zien op de voorbereidingsdag is dit voor hen een onbegonnen zaak. Zij zullen zich terugtrekken en de feesten niet langer kunnen of willen organiseren."


Alles verandert en evolueert

“Als ze er nog eens alle kinderen moeten bijpakken van mensen die het kalotegedoe in de kerken maar niets vinden, maar hun kinderen toch godsdienst laten volgen…..”

Nochtans is het katholiek onderwijs lang niet meer wat het geweest is. Hun nieuwe voorman, de heer Boeve, heeft al van bij zijn aanstelling duidelijk gemaakt dat hij het katholieke project mist in zijn scholen. De leraren zijn niet meer katholiek, de ouders ook niet en wensen geen gerichte katholiek opvoeding meer voor hun kind en de godsdienstlessen zijn lessen zedenleer geworden. Ook verschillende vrijzinnigen erkennen dat schoolkeuze wat meer is geworden dan opdeling tussen twee netten. Sommige van onze respondenten maken ons attent op het feit dat vele ouders zich door een moeilijk traject moeten worstelen om een goeie keuze voor hun kind te maken. Dit heeft te maken met mobiliteit en bereikbaarheid, maar ook van langs om meer met specifieke wensen en problemen waar kinderen mee te maken krijgen. Dit kan gaan van sportinteresse tot allergieën intolerantie, psychologische aandoeningen, multiculturaliteit of net niet, karakteriële eigenaardigheden en ga zo maar door.

“Ikzelf begrijp eigenlijk niet dat ouders kiezen voor een katholieke school hun kind naar een lentefeest willen laten gaan”
“De kinderen die cursus zedenleer volgen, doen ook geen aanvraag om hun eerste of plechtige communie te doen!”

Het is dan ook niet nodig dat het humanisme, die de lentefeesten verpersoonlijken zich in een soort verdedigende stelling tegen het vrij onderwijs opstelt, maar duidelijk kiest voor eigenwaarde en zich ook zo openstelt naar iedereen die interesse heeft., of zij nu voor het katholiek onderwijs hebben gekozen of niet.
Ook de grote verdedigers echter van de natuurlijke band tussen lessen zedenleer en lentefeest zitten met een vervelend probleem in het eigen net. Ieder jaar zijn er weer leerlingen uit het gemeenschaps- of gemeentelijk onderwijs die geen zedenleer krijgen aangeboden in hun school of in een gemeente wonen  waar geen zedenleer kan gevolgd worden. Onder het mom van ‘ het niet kunnen volgen van de juiste voorbereiding’ worden sommige van deze kinderen geweigerd op lentefeesten of feesten vrijzinnige jeugd. Een dergelijke weigering komt eigenlijk neer op een uitsluiting en strookt geenszins met de principes die achter de feesten staan. Onderlinge concurrentie speelt ook soms tussen de organisatiecomités van verschillende gemeenten. Het is niet zelden dat “geweigerde kindjes dan maar hun heil zoeken bij de naburige gemeente in de hoop dat zij daar welkom zijn. Het organisatiecomité dat meest soepel is mag dan algauw opdraaien voor die openheid. Menselijkheid is hier op zijn plaats en er zou toch een uitvoerende macht moeten zijn die hier richting kan geven. Inspectie zou er kunnen op toe zien dat geen enkel kind uit het gemeenschapsonderwijs wordt geweerd van een lentefeest.

“Een goed gesprek met de ouders van kinderen die om een of andere reden geen lessen niet-confessionele zedenleer kunnen/willen volgen lijkt mij op zijn plaats”.
“Ik zelf ben van een zwart-wit visie (geen feestelingen toelaten die geen zedenleer volgen) naar een grijzere visie gegaan . Voor mij zou ieder geval perfect apart kunnen besproken worden”

Samenlopend is er ook een specifieke situatie met de “alternatieve scholen” zoals het Freinet onderwijs, waar geen zedenleer wordt gegeven. Vele van deze ouders voelen zich aangesproken tot de lentefeesten, maar worden om dezelfde redenen geweigerd. Hier is geen sprake van de opdeling katholiek versus vrijzinnig
Openheid naar deze doelgroep, als zij de waarden van het humanisme onderschrijven, lijkt  dan ook gewenst.

“Het is dan wel nodig om vooraf met het organisatiecomité enkele afspraken na te komen, bv. volgende kinderen wel toelaten :
-Zij die in een stad wonen waar ze geen zedenleer kunnen volgen.
-Kinderen die in hun gemeente alléén zedenleer vanaf het 4° leerjaar kunnen volgen
-Kinderen die een bepaald type onderwijs alléén kunnen volgen in een school zonder zedenleer."

Kwestie van organisatie

“De locatie in de stadsschouwburg is nu soms al te klein, we moeten voortdurend splitsen, wat uiteraard maar kan toegejuicht worden”

Eigenlijk is bovenstaande discussie overbodig ; tussen katholiek en vrijzinnig, tussen de sterke of minder sterke band zedenleer en lentefeest, tussen openheid of geslotenheid.
De organisatie staat zo onder druk dat er bijna geen uitbreiding meer mogelijk is. Zelf na opsplitsingen van organisatiecomités  zitten de culturele centra vol met ouders en grootouders van de feestelingen. Feesten van meer dan 1000 aanwezigen zijn geen uitzondering. Heeft ook te maken met het succes natuurlijk van de lentefeesten of feesten vrijzinnige jeugd. De specifieke aanpak die de kinderen centraal stelt en brengt ons terug bij de oorspronkelijke vraag. Als deze aanpak zo succesvol is en breed geliefd, waarom dan niet opengesteld voor allen die interesse hebben. De moeilijkheden van organisatie zijn praktisch en kunnen wel opgelost worden met fantasie en werkkracht.
In de marge van dit aspect van organisatie komt ook naar voor dat de algemene belasting van de leraars duidelijk wordt. Alle leraars zedenleer zijn geëngageerd en doen met veel stielliefde de voorbereidingen voor de leerlingen aan hun feest, maar tussen de regels door lees je dat hun beroep al zo veel belasting meebrengt en dat die alléén maar stijgt.

“Als de ouders wensen dat hun kinderen (ook al volgen zij godsdienstles) deelnemen aan deze activiteit/feestviering, delen zij blijkbaar ook deze waarden. Openheid is wenselijk, ook al vergt dit enige creativiteit van de organisatoren”

En nu?

“Vandaag gaan jonge moslims zowel als ongelovigen naar katholieke scholen. Kijk over de schoolgemeenschappen heen en zie dat er vandaag binnen de contouren van onderwijs minder gekozen wordt voor welke (geloofs)overtuiging men belijdt."

Alles zal zijn gang gaan natuurlijk, ook dit jaar zullen weer meer kinderen van hun feest genieten. Het is niet onbelangrijk van de discussie te plaatsen binnen het groter geheel van kwalitatief onderwijs en de organisatie daarvan. In België, maar vooral in Vlaanderen zitten wij met de heel specifieke opdeling. In Wallonië is men er stilaan in geslaagd om een algemeen vak maatschappelijke oriëntatie te organiseren die een opdeling van de verschillende levensbeschouwingen groepeert.  
De discussie in alle sereniteit voeren is onze opdracht en iedereen zal weleens uit zijn ingegraven stelling moeten komen in het belang van het kind en van een kwalitatieve opvoeding. Verschillende vrijzinnige organisaties bespraken dit thema al in hun bestuursorganen. Laat de deuren van de vrijzinnige centra opengaan en nodig alle geïnteresseerden uit. Voortschrijdend inzicht is het doel.

“Alvast bedankt om dit thema te behandelen, ik hoop dat wij als leerkrachten hier sterker uit kunnen komen”

Visie op Lentefeest / Feest Vrijzinnige Jeugd

Hierna volgt de visie van de Raad voor Inspectie en Begeleiding nc-zedenleer zoals die op de website van de RIBZ te vinden is. Een ingekorte versie leest u hier.

Vrijzinnigen staan op hun individualiteit. Sommigen onder hen hebben geen enkele behoefte aan specifieke feesten of rituelen; anderen beschouwen dit wel als een noodzaak. Voor deze tweede categorie, waar wij een belangrijk deel van de ouders van onze leerlingen bijrekenen, moet er een invulling gegeven worden aan hun wens om vrijzinnige mijlpalen voor hun kinderen uit te zetten.
De leermeesters NCZ hebben dus te maken met de feesten voor kinderen van de lagere school. Het Lentefeest en het Feest van de Vrijzinnige Jeugd moeten in de eerste plaats beschouwd worden als overgangsrituelen. Dergelijke rituelen zijn van elke cultuur en van alle tijden. Het is dus logisch dat een groot aantal vrijzinnigen de wens uitdrukt dat er voor hun kind een passend feest georganiseerd wordt.
Dan komen de vragen : hoe, wat, waar, wanneer, met wie, op welke wijze, enz.
Het is zeker niet de taak van de inspectie om hier dwingende richtlijnen op te stellen, maar het is wel een onderdeel van onze opdracht van begeleider om de leerkrachten te wijzen op de noodzaak en het belang van deze feesten en om hen te laten nadenken over de verschillende mogelijkheden inzake de organisatie.
Voor ons is het duidelijk dat het echte feesten moeten zijn, waarbij de gevierden centraal staan. Hoe alles verloopt, is de verantwoordelijkheid van de organisatoren. Een gezonde mix van ernst en vrolijkheid zullen ongetwijfeld het beste recept zijn voor een geslaagd feest.
De inbreng van de leerkrachten NCZ is van vitaal belang voor de goede organisatie van deze feesten. Zij hebben het direct contact met de leerlingen en zij kunnen gemakkelijk de ouders bereiken. De functie van leermeester NCZ vereist een engagement naar de cursus en ook naar de levensbeschouwing van het vrijzinnig humanisme toe. Aangezien het Lentefeest en het Feest van de Vrijzinnige Jeugd in belangrijke mate bijdragen tot de uitstraling van de cursus NCZ verwacht de inspectie een enthousiaste inzet en een grote bereidheid tot medewerking van alle betrokkenen.
Bron: www.ribz.be.